Hoe de eerste 30 dagen bij een nieuwe opdrachtgever er vaak uitzien als Data Partner

Hoe verlopen de eerste 30 dagen bij een nieuwe opdrachtgever?

De eerste 30 dagen bij een nieuwe opdrachtgever staan in het teken van kennismaken, verwachtingen afstemmen en zelfstandig waarde toevoegen. Het proces begint bij het vinden en accepteren van een opdracht, gevolgd door de voorbereiding, de eerste werkdag en de eerste werkweken. Gemiddeld duurt het één tot vier weken voordat je daadwerkelijk kunt starten. Met de juiste voorbereiding, gerichte vragen en een proactieve houding bouw je snel aan een succesvolle samenwerking. In deze blog van SPECTS lees je wat je per fase kunt verwachten, met praktische voorbeelden en tips uit de praktijk.

Uit de praktijk

Starten bij een nieuwe opdrachtgever is altijd spannend! Je komt te werken in een nieuwe omgeving, met nieuwe collega’s en vaak ook nieuwe uitdagingen. In deze blog nemen wij je mee in de verschillende fases van het starten bij een opdrachtgever. Hoe bijvoorbeeld de eerste werkdag bij een nieuwe opdracht eruitziet, krijg je uitleg hoe het proces naar het vinden van een opdracht in zijn werk gaat en hoe de eerste 30 dagen van je opdracht er vaak uitzien.

In deze blog wordt eerst omschreven hoe het proces er over het algemeen uitziet en daarna hoe dit er in de praktijk aan toe kan, met specifieke voorbeelden van collega’s en tips.

De eerste stap: Jezelf aanmelden voor een opdracht

Nadat je met mij een opdrachtverzoek hebt vastgesteld, kom je een leuke opdracht tegen op ons SPECTS-portal en ben je enthousiast geworden over de werkzaamheden, uurtarief en de locatie waar de opdracht plaatsvindt. Een leuk moment! Je gebruikt onze eigen AI-parser om te beoordelen of je aan de eisen voldoet en schrijft een goede motivatie over waarom jij geschikt bent voor deze opdracht. Met een gezonde dosis spanning wacht je af of je wordt uitgenodigd of niet.

Als de inhuurmanager of de directe opdrachtgever overtuigd is, volgen er meestal één of twee kennismakingsgesprekken. Tijdens deze gesprekken leer je de manager(s) en je potentiële collega’s beter kennen en wordt door beide partijen gekeken of er een goede match is op inhoud en persoonlijkheid. Soms volgt er nog een assessment of praktijkcase maar geen zorgen, dit komt niet vaak voor. Is iedereen enthousiast? Dan krijg je (eindelijk) het positieve bericht dat je de opdracht mag gaan uitvoeren.

Uit de praktijk

Je kunt een opdracht uit je eigen netwerk vinden. Door de broker, tussenpartij of opdrachtgever proactief te bellen en daarbij jouw cv en motivatie te mailen, heb je al een stapje voor op je concurrentie. Een paar dagen later kun je uitgenodigd worden voor een telefonische kennismaking en kun je, bij wederzijdse tevredenheid, vaak een week later op gesprek komen op locatie bij de opdrachtgever. Dit kan soms binnen een week geregeld zijn maar vaak duurt het proces veel langer en zul je met afwijzingen moeten omgaan. Als er deadlines zijn dan is de nood vaak hoog en kun je snel starten.

De voorbereiding: voordat je begint

Hoelang het duurt voordat je daadwerkelijk kan starten, verschilt per opdrachtgever. In uitzonderlijke gevallen kan je de week daarna al starten, maar in praktijk zien we dat dit gemiddeld 1 tot 4 weken duurt. In de tussentijd moeten namelijk zowel de opdrachtgever als SPECTS het papierwerk in orde maken. Soms een flinke klus, soms is het snel geregeld. Dat ligt aan de processen en doorlooptijd die de inhurende opdrachtgever stellen. Daarnaast word je vaak nog door de opdrachtgever gescreend, moet je een kopie van je diploma’s sturen en moet je ook nog een VOG kunnen aanleveren.

Tijdens deze periode kan je zelf kiezen hoe jij jouw tijd wilt besteden. Misschien ben je door de opdrachtgever gevraagd om voor je start nog een specifieke cursus te volgen of om een bepaald certificaat te behalen. Mogelijk vind je het zelf fijn om je nog wat extra te verdiepen in een techniek of platform dat bij de opdrachtgever veel wordt gebruikt? Je kan natuurlijk alvast een plan van aanpak opstellen over hoe jij jouw eerste week wil aanvliegen en wat je daarin wil leren. Er zijn ook data partners die ervoor kiezen om van tevoren nog wat vakantiedagen op te nemen.

Uit de praktijk

Als er haast bij jouw start zit dan zit er vaak weinig tijd tussen de kennismakingsgesprekken en de daadwerkelijke start. Daarom is het soms niet nodig om extra cursussen of certificaten te behalen, dus dan kun jij je vooral richten op de praktische voorbereidingen. Zo kun jij een aantal vragen voorbereiden voor tijdens de kennismakingsgesprekken en kun je snel grip krijgen op de voortgang, positieve ontwikkelingen, zorgen en status van het project. Ook kun je als projectleider, implementatiepartner of prouct owner bijdragen aan een concreet plan voor de eerste drie weken. Zo heb je snel grip op de situatie.

De eerste werkdag: een nieuwe omgeving

Je eerste werkdag bij een nieuwe opdracht is altijd leuk, spannend en druk. Op deze dag gebeuren er veelal dezelfde dingen. Zo worden de praktische zaken zoals toegang, verplichte e-learnings en het ophalen van een laptop, toegangspassen en urenadministratie geregeld, voer je een aantal kennismakingsgesprekken en is er nog tijd voor een wat uitgebreider gesprek met je opdrachtgever. Waar het van tevoren nog hoog-over praten over de opdracht was, ga je nu al snel de inhoud in. Vaak ben je een deel van de dag bezig met het bestuderen van (technische) documentatie, projectplannen of andere documentatie die belangrijk zijn voor je opdracht.

Uit de praktijk

Vaak begint de eerste werkdag met een overleg met de opdrachtgever. Hierin wordt de scope van de opdracht nogmaals besproken en kun je goed de verwachtingen managen en actiepunten prioriteren. Ook is er ruimte om jezelf in te lezen, in overdrachtsdocumenten, coding bases en projectupdates van de periode voordat jij actief was. De dag eindigt vaak met een belletje vanuit SPECTS om samen te bespreken hoe jij de eerste dag hebt ervaren, wat jouw eerste indrukken waren en of je ergens tegenaan liep.

De eerste week: je plek vinden

De eerste week draait vooral om je plek vinden, bekend raken met de collega’s, processen/werkwijzen of het project. Afhankelijk van het soort opdracht heb je veel overleg of moet je eerst een aantal dagen ingewerkt worden. Zeker als je op een inhoudelijk specialisme wordt ingehuurd komt dit meer voor. In deze fase stel je veel vragen, maak je aantekeningen en probeer je zo snel mogelijk je eerste bijdrage te leveren. Leg tegelijk niet teveel druk op jezelf; een omgeving die nieuw is, waar vaak alles anders gaat dan je gewend bent, dat duurt vaak even tijd om jouw eigen te maken en te weten hoe de hazen lopen.

Uit de praktijk

In de eerste week ga je verder met het stellen van vragen en leer je de collega’s beter kennen. Jouw doel kan zijn om na afloop van de eerste week duidelijk te hebben waar er nog onduidelijkheid zit binnen het projectteam, wat de behoefte is op korte termijn en welke rol jij daar zelf in kunt spelen.

Soms zitten niet alle collega’s bij de opdrachtgever op één lijn over wat er moet gebeuren of verschillende ideeën binnen de organisatie over wat er moet gebeuren. Dat kan veroorzaakt worden doordat niet iedereen dezelfde informatie heeft, maar ook omdat het soms wachten is op afhankelijkheden van andere stakeholders zoals projectmanagers, externe leveranciers of budgetten. Afhankelijkheden kunnen een gevaar vormen, wees er dus alert op en geef het aan. Vaak een eerste nuttige bijdrage die je als externe kunt leveren omdat je met een frisse blik binnen de organisatie start.

Week 2 – 4: van kennismaken naar bijdragen

Van tevoren maak je een inschatting van hoe de eerste weken zullen verlopen. Zoals altijd is de werkelijkheid anders dan dat het omschreven staat op papier of in de opdrachtovereenkomst. Hierin moet je jezelf flexibel kunnen opstellen. Maak je niet al te druk om dingen die buiten jouw cirkel van invloed vallen. Het belangrijkste is dat je proactief bent, snel toewerkt naar zelfstandigheid; door goed vragen te stellen en te documenteren. Gelukkig bestaan er geen domme vragen, maar wel vragen waarvan je achteraf denkt: had ik die maar gesteld. Dus spring in het diepe, vraag wat je wil vragen en ga zo snel mogelijk ook gewoon aan de slag.

Uit de praktijk

Vanaf de derde week krijg je vaak het gevoel dat je in het ritme begint te komen. Je raakt vertrouwd met collega’s, je hebt ze persoonlijk leren kennen en je begint je steeds meer op je gemak te voelen binnen de verschillende locaties en teams. Zoek voor jezelf, en jouw stakeholders een vaste structuur voor overleggen en probeer zoveel mogelijk bij te dragen waar het team behoefte aan heeft. Het fijne daaraan is, alleen door dingen te doen en op te leveren merk je wat er al goed gaat en wat je nog kan verbeteren. Vanaf de vierde week kun je vaak volledig zelfstandig werken en begin jij je draai te vinden. Je blijft regelmatig contact houden met SPECTS om te bespreken hoe de opdracht verliep en of ik ergens hulp bij nodig had.

Na 30 dagen: terugblikken en vooruitkijken

De tijd vliegt om als je het naar je zin hebt, en dat is zeker zo als je werkt als midlancer op een opdracht! Het is daarom goed om periodiek terug te kijken zodat je ook even stilstaat bij je succes en leerpunten. Wat ging er goed, wat zou je anders doen, welke uitdagingen ben je tegengekomen en wat heb je overwonnen? Daar helpen wij je natuurlijk bij.

Uit de praktijk

Vaak kijk je terug op de eerste maand met veel trots. Je hebt ten slotte een nieuwe organisatie en collega’s leren kennen, maar ook zeker op inhoud kun je vanaf je tweede of derde week vaak veel bijdragen. Het vinden van de opdracht is vaak een lastige uitdaging maar als je eenmaal op een opdracht zit die bij je past dan kan werken erg leuk zijn. Daarnaast houd je er een mooie boterham aan over. En dat werkt prettig, voor jou, de opdrachtgever en voor ons als werkgever. Zo wordt samenwerken met elkaar een succes en dat is deels de reden waarom 85% van de opdrachten bij ons worden verlengd.

Hoe kan AI jouw organisatie helpen bij wet- en regelgeving met compliance automation?

De Europese Unie (EU) keurt jaarlijks gemiddeld 1.200 nieuwe wet- en regelgeving goed (exacte aantallen weten? Bekijk ze hier). En let op, dan hebben we het nog niet over nationale, lokale of internationale wet- en regelgeving, zoals regels vanuit gemeenten en andere overheden. Die explosie aan regelgeving heeft ervoor gezorgd dat de Compliance Officer een van de snelst groeiende beroepen ter wereld is.

Uitleg hoe wet en regelgeving werkt voor financiele instellingen
De wet- en regelgeving van de EU uitgelegd voor financiele instellingen

Maar Compliance Officers zijn schaars en het juridische speelveld verandert continu. Er is simpelweg niet genoeg aanbod om aan de vraag te voldoen. Omdat de kosten van fouten in compliance enorm kunnen oplopen, soms tot in de miljarden euro’s, zoeken bedrijven en instellingen naar nieuwe tools en methodieken om compliance processen beter te stroomlijnen en minder foutgevoelig te maken. Zie daar de kans van AI, LLM’s en slimme automatiseringen!

Het ultieme doel? Niet langer achter de regelgeving aanhollen, maar ahead of the curve blijven.

Nog even het verschil uitgelegd tussen Wet- & Regelgeving en Compliance: Wet- en regelgeving bestaat uit de officiële wetten en regels die de overheid of een instantie maakt. Compliance is het gedrag of proces waarbij een bedrijf of persoon zich aan al deze wetten, maar ook aan eigen interne regels houdt. De wet is dus de regel zelf, en compliance is het netjes opvolgen daarvan – aldus DataChecker

In deze blog leg ik uit hoe je met een high-level AI framework kunt starten en complexe wet- en regelgeving kunt beheersen met goede AI Compliance. Ik laat zien hoe je een tastbaar doel opstelt en hoe je AI en Machine Learning praktisch kunt inzetten om uitdagingen met Compliance te transformeren naar meer gestroomlijnde en geautomatiseerde processen.

Niet om de Compliance Officer te vervangen maar juist om deze te ondersteunen in de complexe uitdagingen van tegenwoordig.

“AI is de scaling factor”

Compliance is in essentie een schaalprobleem. Binnen traditionele organisaties schaalt compliance exponentieel: meer regelgeving betekent meer documenten, meer handmatige checks, meer controle op de execution (zoals ISO- & Audits), en dus meer mensen die ook verantwoordelijk worden voor het onderhouden van de compliance processen.

AI doorbreekt dit exponentiële dilemma. Door ongestructureerde juridische data automatisch te verwerken, te categoriseren en te linken aan interne systemen, wordt AI de hefboom voor je bestaande team. Natuurlijk wel met de juiste dataverwerking en volgens de EU AI-act voorschrijft.

Het doel is Policy-as-Code (PaC)

De term ‘iets-as-code’ komt vaak terug binnen discussies rondom Software Engineering en best practices van DevOps. Het komt terug in termen zoals Infrastructure-as-Code, Pipelines-as-Code en Configuration-as-Code. Maar wat maakt code zo bijzonder en hoe is dat van toepassing binnen de wereld van compliance?

Hier zijn wat concrete voordelen die de methodiek iets-as-code biedt boven bergen ongestructureerde PDF-verwerking met een Python script in Jupyter Notebook:

  • History & Version Control: Zowel wetgeving als interne policies veranderen constant. Het voordeel van het codificeren van deze wijzigingen is dat er een duidelijke changelog met version control ontstaat van:
    1. Wat er precies is veranderd van A naar B.
    2. Wanneer deze verandering heeft plaatsgevonden.
    3. Door wie deze verandering is doorgevoerd.

    Is er een fout gemaakt? Dan maakt version control een rollback eenvoudig, kan de juiste specialist gevraagd worden, de wijziging verbeterd worden en vervolgens gepubliceerd worden met de juiste onderbouwing.
  • Normalisatie & Herkenbaarheid: Door het aanhouden van standaardformaten, zoals de Open Policy Agent (OPA), wordt het formaat van een policy-wijziging ineens duidelijker en herkenbaarder. Dat maakt het makkelijker om policies te onderhouden en erover te communiceren.
  • Metadata Enrichment & Tagging: Goed gestructureerde interne policies als code maken het makkelijker om verrijkingen, zoals metadata en tags, toe te voegen. We kunnen een interne policy bijvoorbeeld koppelen aan gerelateerde paragrafen uit de wetgeving, technologien en aan voorbeeldcasussen. Dat maakt het vervolgens weer makkelijker om het matchingsysteem effectief in te zetten en alerts op te bouwen voor het geval de wetgeving verandert. In essentie, gewoon proactief datamanagement.

3-stappen framework voor automated compliance

Om de toepassing van AI binnen compliance goed te framen, helpt een eenvoudig framework. We kunnen het proces opdelen in drie overkoepelende stappen. Per stap kunnen AI en Machine Learning een deel van het handmatige werk overnemen en ondersteunen.

  1. Wetgevingsdiscovery

    De eerste stap is het continu ontdekken en ontsluiten van nieuwe of gewijzigde wetgeving die impact kan hebben op de organisatie. In essentie is dit een zoek- en matchingprobleem. Nieuwe wetgeving moet worden gekoppeld aan bestaande interne policies, processen en verantwoordelijkheden. Hier kunnen NLP- en Machine Learning-technieken helpen om relaties te herkennen tussen nieuwe wetgeving en bestaande policies. Ook krachtige LLM’s kunnen ondersteuning bieden bij legal reasoning en bij het onderbouwen van de vraag waarom bepaalde regelgeving wel of niet relevant is. Het resultaat is een veel gerichtere manier van compliance monitoring: niet langer alles handmatig doorzoeken, maar relevante wijzigingen automatisch signaleren.

  2. Update van de interne policy

    Is een belangrijk stuk wetgeving gewijzigd? Dan volgt de vraag: welke interne policy moet worden aangepast? Ook hier speelt het matchingsysteem een belangrijke rol. Niet alleen moet duidelijk zijn welke policy geraakt wordt, maar ook welke downstream-processen, systemen en technologieën mogelijk moeten worden aangepast. AI kan helpen om deze afhankelijkheden zichtbaar te maken. Daarmee verschuift compliance van een documentgerichte activiteit naar een end-to-end proces waarin regelgeving, policies en uitvoering met elkaar verbonden zijn.

  3. Policy enforcement

    Wanneer de policy is bijgewerkt, moet deze natuurlijk ook worden gehandhaafd. Hier ligt een belangrijke kans voor automatisering. Door een policy los te koppelen van individuele processen en tech stacks, kan deze worden ingezet als een centrale gateway. Een actie wordt dan niet alleen achteraf gecontroleerd, maar kan vooraf aan een policy worden getoetst. Daarmee wordt compliance onderdeel van de uitvoering zelf. Dat is het moment waarop Policy-as-Code echt waarde gaat toevoegen: regelgeving wordt vertaald naar concrete, controleerbare regels die automatisch kunnen worden afgedwongen.

De grote Immutable Log

Een belangrijke bijvangst van Policy-as-Code en geautomatiseerde enforcement is de Immutable Audit Log. Omdat beslissingen en regel checks programmatisch via gateways verlopen, kan het systeem automatisch een continue audit trail genereren. In plaats van wekenlang bewijsmateriaal te verzamelen voor een audit, beschikt de organisatie over een realtime overzicht van uitgevoerde controles en beslissingen. Compliance wordt daarmee niet alleen iets wat je achteraf moet aantonen. De bewijslast wordt onderdeel van het proces zelf. Dat maakt audits beter beheersbaar en geeft organisaties continu inzicht in de status van hun compliance.

Compliance experts blijven in de loop

De fijne lijn bij het gebruik van AI voor gevoelige onderwerpen zoals compliance is de vraag:

Waar wordt de uiteindelijke beslissing genomen?

De vertaling van wetgeving naar interne policies, waarbij AI helpt met normalisatie, verrijking en analyse, is juist een uitgelezen moment om een menselijke expert de uiteindelijke beslissing te laten nemen. AI neemt daarmee een groot deel van het tijdrovende zoek- en koppelwerk uit handen. Compliance experts kunnen hun tijd vervolgens besteden aan iets waar menselijke expertise het meeste waarde toevoegt: het beoordelen van risico’s, het interpreteren van regelgeving en het analyseren van de impact van een policy-update. Human-in-the-loop blijft daarmee een belangrijk onderdeel van een volwassen compliance-architectuur.

Los Compliance problemen op met AI
Een overzicht van wetgeving naar realtime audits met behulp van AI

Conclusie: Van reactief naar proactief in control

Compliance hoeft niet langer het trage, handmatige proces te zijn dat innovatie remt en teams overbelast. Door AI en Machine Learning als scaling factor in te zetten en te bouwen richting een Policy-as-Code-architectuur, transformeer je compliance van een reactieve checklist naar een realtime en geautomatiseerde guardrail.

Het doel is niet om de mens te vervangen, maar om compliance experts te voorzien van de juiste middelen. Met AI die het zware zoek-, analyse- en koppelwerk voor zijn rekening neemt, verschuift jouw organisatie van achter de feiten aanlopen naar ahead of the curve blijven. Met meer controle, een doorlopende audit trail en een complianceproces dat steeds minder afhankelijk is van handmatig werk.

Zo worden LLM’s, Python scripts en schaalbare infrastructuren ineens omgezet om te voldoen aan sociale en maatschappelijke uitdagingen.

Benieuwd of jouw organisatie dit ook kan? Stuur mij, of SPECTS, een bericht en ik denk graag met je mee!

SQL query performance optimaliseren: 10 praktische do’s & don’ts

Zeg je “Database” of “Data” dan heb je vast wel eens van SQL gehoord. Als business data-analist, data-engineer of uberhaupt als data-gedreven professional, schrijf je waarschijnlijk al regelmatig SQL queries.

Geen ervaring met SQL maar wil je wel snel de basics leren? Zelfs in het AI-tijdperk blijft SQL belangrijk. Volg daarom een cursus op Datacamp, of gebruik de SQL Cheat-sheet als je wel eens met SQL gewerkt hebt maar het even kwijt bent.

Maar het schrijven van écht goede SQL queries is een vak apart. Vaak schrijf je de query voor een analyse, een dashboard, een rapportage of als onderdeel van een ander datamodel of data product. Hierbij staat het eindresultaat centraal en denk je wellicht niet altijd aan de manier hoe de query is geschreven.

In eerste instantie merk je daar vaak nog weinig van. Maar naarmate de hoeveelheid data groeit, of hoevaak je de query per tijdsinterval draait, kan een inefficiënte query ineens minuten duren, onnodig veel I/O gebruiken of een dashboard vertragen.

Maar je hoeft geen database administrator of query optimizer-expert te zijn om betere SQL te schrijven.

Met een aantal bewuste keuzes tijdens het schrijven van je query kun je al veel verschil maken.

Hieronder vind je 10 praktische do’s & don’ts voor betere SQL query performance.

Geen zin om de hele blog te lezen? Check hier de 10 do’s en don’ts netjes onder elkaar. Dan kun jij weer verder om je backlog weg te werken:

⛔ Don’ts! ⁉️✅ Do’s 👌
1. Gebruik niet standaard de SELECT *1. Selecteer alleen de kolommen die je nodig hebt
2. WHERE-statement te laat of verkeerd gebruiken2. Beperk je dataset zo veel mogelijk
3. DISTINCT gebruiken zonder te weten waarom3. Onderzoek waar je duplicaten vandaan komen
4. JOIN tabellen ff voor de ‘zekerheid’4. JOIN alleen data die je nodig hebt
5. Negeren hoeveel records je query produceert5. Controleer je records tijdens het bouwen
6. Steeds hetzelfde opnieuw berekenen6. Hergebruik je logica bewust
7. Meer data aggregeren dan je nodig hebt7. Denk na over het detailniveau van je analyse
8. Schrijven van filters die onnodig moeilijk te optimaliseren zijn8. Houd rekening met ‘sargability’
9. Beoordeel je performance alleen op een kleine testquery9. Denk na over de schaal waarop je SQL uiteindelijk zal draaien
10. Optimaliseer op je gevoel10. Meet en kijk naar het execution plan
De 10 don’ts & do’s van SQL query performance optimalisatie

1. Don’t: gebruik niet standaard de SELECT *

Do: selecteer alleen de kolommen die je nodig hebt

We zien het vaak:

SELECT *
FROM orders;

Maar heb je werkelijk alle kolommen nodig?

Als je analyse uiteindelijk alleen order_id, customer_id en order_date gebruikt, selecteer dan ook alleen die kolommen:

SELECT
    order_id,
    customer_id,
    order_date
FROM orders;

Vooral bij brede tabellen en grote datasets kan het voorkomen dat onnodig veel data wordt gelezen en verwerkt. Zonde!

Het sterretje betekent eigenlijk: ‘neem alles mee wat je tegenkomt’. Om je query goed te laten presteren is het nodig om alleen hetgeen te pakken wat je nodig hebt. Des te specifieker je te werk gaat, des te beter.

Het gebruik van SELECT * is natuurlijk niet verboden. Er zijn gevallen waarin dit wel kan:

  • Ad hoc analyses
  • Kijken hoe de data eruit ziet
  • SELECT * van een CTE (Common Table Expression) waarin je zeker weet dat je alleen die kolommen nodig hebt

Het kost wat meer tijd, maar het maakt de leesbaarheid voor jou en de optimizer stukken beter!

Tip! Als je toch een SELECT * gebruikt, plak dan bijvoorbeeld een Limit 500 aan het einde van je query. Zo neem je alleen de eerste 500 resultaten mee in je analyse.

Kortom: vraag niet meer data op dan je nodig hebt.

2. Don’t: WHERE-statement te laat of verkeerd gebruiken

Do: beperk je dataset zo veel mogelijk

Hiermee zorg je ervoor dat de computing costs onnodig hoog zijn.

Stel dat je een analyse maakt over Nederlandse klanten in 2026. Dan heb je waarschijnlijk niet alle klanten en alle transacties uit de volledige historie nodig.

Afhankelijk van welke database-engine je gebruikt, doet de optimizer dit zelf al en probeert deze eerst zo efficiënt mogelijk bij de data te komen die je nodig hebt. Maar dit blijft toch een belangrijk aandachtspuntje.

Wanneer de kolom in de WHERE-statement geen index bevat, zal de engine veel of alle rijen moeten controleren om de voorwaarde te bepalen. Wanneer de kolom wel een geschikte index bevat, kan dit de zoekactie versnellen.

Neem als voorbeeld een boek, stel dat je alle hoofdstukken wilt lezen die met de letter K beginnen. Dan ga je naar index achterin, zoekt naar de letter K en negeer je alles wat niet onder de K staat. Dat is inderdaad lekker snel lezen zo.

Maar, stel dat we alle hoofdstukken vervangen met het aantal letters in de titel, dan is de index niet meer toe rijkend omdat deze niet meer overeen komt met wat er in de index staat. De optimizer denkt ook zo. Met een bewerking van de index kolom komt deze te vervallen

DO:

WHERE country = 'NL'
  AND order_date >= '2026-01-01'
  AND order_date < '2027-01-01'

DON’T:

WHERE country = 'NL'
  AND YEAR(order_date) = 2026

Hier kan de index op order_date minder effectief worden gebruikt, afhankelijk van de database-engine en uitvoering.

Hetzelfde principe geldt bijvoorbeeld voor berekeningen in een filter:

DO:

WHERE prijs > korting + 100

DON’T:

WHERE prijs - 100 > korting

Ook hier kan een bewerking op de kolom ervoor zorgen dat een beschikbare index minder goed gebruikt kan worden.

Dit is geen vrijbrief om overal een index op te plaatsen. Dat werkt namelijk ook averechts. Maak alleen een index op een kolom als deze frequent wordt gebruikt om te filteren of te joinen en als deze past bij het gebruikspatroon van je database.

Gebruik je filters dus bewust. Hoe minder irrelevante data uiteindelijk verwerkt hoeft te worden, hoe beter.

Je hoeft SQL niet kunstmatig ingewikkeld te maken om ieder filter letterlijk zo vroeg mogelijk te schrijven. Moderne database-optimizers kunnen zelf veel optimalisaties uitvoeren.

Werk met de kleinste dataset die nodig is om je vraag te beantwoorden.

3. Don’t: DISTINCT gebruiken zonder te weten waarom

Do: onderzoek waar je duplicaten vandaan komen

Een veelvoorkomende situatie:

Je schrijft een query, voert een paar JOINs uit en ineens heb je dubbele records.

De snelle oplossing?

SELECT DISTINCT ...

De duplicaten zijn verdwenen.

Maar het probleem misschien niet…

DISTINCT kan een relatief dure operatie zijn, omdat de database de resultaten moet vergelijken om dubbele rijen te verwijderen. Als het even niet hoeft, zou ik deze vermijden. Maar soms is het natuurlijk wel benodigd.

Als je last hebt van duplicaten, dien je eerst te onderzoeken waarom je duplicaten hebt en of dit terecht is.

Controleer eerst je JOINs goed en kijk daarna of er in de bron tabel, of de gejoinde tabellen, unieke sleutels of primary keys aanwezig zijn die al afdwingen dat alle rijen uniek zijn.

Een DISTINCT is dan waarschijnlijk overbodig.

Onverwachte duplicaten? Controleer eerst je JOINs.

4. Don’t: JOIN tabellen ff voor de ‘zekerheid’

Do: JOIN alleen data die je nodig hebt

In analytische queries ontstaan soms lange ketens van JOINs.

Deze joins kunnen snel het aantal rijen en kolommen verveelvoudigen. Ook hier is het noodzaak om alleen hetgeen te joinen wat je nodig hebt.

Een JOIN kan bovendien onderdeel zijn van je filtering. Kijk dus niet alleen naar wat je uiteindelijk selecteert, maar ook naar waar je al kunt beperken.

Bijvoorbeeld:

SELECT
    k.naam,
    b.status
FROM klanten k
LEFT JOIN bestellingen b
    ON k.id = b.klant_id
WHERE b.status = 'Verzonden'

Door de WHERE-voorwaarde op de rechtertabel verandert het resultaat van deze LEFT JOIN in de praktijk naar een situatie waarin alleen klanten met een match met status Verzonden overblijven.

Je kunt deze filtering ook in de JOIN opnemen:

SELECT
    k.naam,
    b.status
FROM klanten k
LEFT JOIN bestellingen b
    ON k.id = b.klant_id
    AND b.status = 'Verzonden'

Door de filtering in de JOIN op te nemen, kan de database in bepaalde situaties efficiënter omgaan met de hoeveelheid data die vanuit de join wordt meegenomen. Hoe groot het performanceverschil is, hangt af van de database-engine en het execution plan.

Iedere JOIN voegt werk toe en kan bovendien het aantal records in je dataset veranderen.

Vraag jezelf daarom bij iedere JOIN af:

Welke informatie haal ik uit deze tabel en heb ik die informatie nodig voor mijn eindresultaat?

5. Don’t: Negeren hoeveel records je query produceert

Do: controleer je records tijdens het bouwen

Een simpele maar effectieve gewoonte: controleer tijdens het ontwikkelen hoeveel records je hebt.

Stel:

Je begint met 2 miljoen orders. Na de eerste JOIN heb je 2 miljoen records, na de tweede JOIN heb je 2,1 miljoen en na de derde JOIN ineens 35 miljoen.

Dan wil je waarschijnlijk eerst begrijpen wat daar gebeurt voordat je nog vijf CTE’s toevoegt.

Controleer na iedere JOIN, CTE of andere belangrijke stap de row count tijdens het ontwikkelen of tweaken van je query.

Hiermee bevestig je dat je niet een onnodig aantal records verwekt.

Check bijvoorbeeld:

SELECT COUNT(*)

Of:

SELECT COUNT(DISTINCT order_id)

Of:

SELECT COUNT(*)
...
GROUP BY ...

Het verschil tussen deze aantallen kan veel vertellen over wat er in je query gebeurt.

Performanceproblemen worden regelmatig veroorzaakt doordat ergens halverwege een query veel meer data ontstaat dan de analist verwacht.

Mocht je met een JOIN heel veel onnodige records toevoegen, dan gebruik je capaciteit terwijl je dit niet nodig hebt.

Controleer dus niet alleen het eindresultaat. Kijk ook wat er onderweg met je data gebeurt.

6. Don’t: Steeds hetzelfde opnieuw berekenen

Do: hergebruik je logica bewust

Analytische SQL bevat vaak berekeningen, aggregaties en transformaties.

Wanneer dezelfde complexe berekening op verschillende plekken terugkomt, is het verstandig om te onderzoeken of je die logica kunt centraliseren.

CTE’s zijn je vriend als het gaat om leesbaarheid en het structureren van je query.

Met CTE’s kun je ervoor zorgen dat complexe berekeningen of andere lastige SELECT-statements alleen worden uitgevoerd op het aantal records dat daadwerkelijk benodigd is.

Stel dat je een grote tabel hebt waarin je alleen van een bepaalde groep een SUM wilt hebben. Bereken de SUM van deze groep apart in een CTE en join deze wanneer je dit veld nodig hebt.

Stel dat customer_type = 1 zo’n 10% van je dataset is. Dan hoef je de berekening niet onnodig over de overige 90% uit te voeren.

CTE’s kunnen bijvoorbeeld helpen om een query overzichtelijker te maken:

WITH customer_revenue AS (
    SELECT
        customer_id,
        SUM(revenue) AS total_revenue
    FROM orders
    WHERE customer_type = 1
    GROUP BY customer_id
)

SELECT ...
FROM orders o
LEFT JOIN customer_revenue c
    ON o.id = c.id;

Maar ook hier geldt: een CTE is niet automatisch sneller.

Verschillende database-engines gaan verschillend om met CTE’s, subqueries en materialisatie. Test dit daarom stap voor stap om te kijken of dit daadwerkelijk performancewinst oplevert.

Gebruik CTE’s daarom in eerste instantie om je logica helder te structureren en controleer bij performanceproblemen hoe jouw platform de query daadwerkelijk uitvoert.

Leesbaarheid is goed. Hergebruik is goed. Maar meten blijft belangrijk.

7. Don’t: Meer data aggregeren dan je nodig hebt

Do: denk na over het detailniveau van je analyse

GROUP BY, COUNT, SUM, window functions en andere analytische functies zijn enorm krachtig.

Maar deze functies kunnen al snel duur worden.

Stel dat je uiteindelijk alleen omzet per maand nodig hebt. Vraag jezelf dan af of alle onderliggende detailrecords gedurende de volledige query nodig blijven.

Hetzelfde geldt voor window functions zoals:

ROW_NUMBER() OVER (
    PARTITION BY customer_id
    ORDER BY order_date DESC
)

Op een kleine dataset is dat nauwelijks merkbaar.

Op honderden miljoenen records kan sorteren en partitioneren een aanzienlijke operatie worden.

Gebruik analytische functies dus vooral bewust en op zo min mogelijk data.

Denk niet alleen na over welke berekening je nodig hebt, maar ook over hoeveel data die berekening moet verwerken.

8. Don’t: schrijven van filters die onnodig moeilijk te optimaliseren zijn

Do: houd rekening met ‘sargability’

Dit punt is eerder benoemd in deze blog en ik behandel het nog een keer.

Je kunt schrijven:

WHERE YEAR(order_date) = 2026

Maar afhankelijk van de database kan dat minder efficiënt zijn dan:

WHERE order_date >= '2026-01-01'
  AND order_date < '2027-01-01'

De tweede variant kan de database in bepaalde situaties beter in staat stellen om beschikbare indexes, partitions of andere optimalisaties te gebruiken.

Dit principe heet sargability.

Simpel gezegd: schrijf je voorwaarden zo dat de database bestaande indexen en andere optimalisaties zo goed mogelijk kan benutten.

Dit geldt niet alleen voor WHERE-statements, maar ook voor JOINs.

Als de kolom waarop gejoined wordt geïndexeerd is en in de ON-clause van de JOIN wordt deze kolom getransformeerd, kan ook hier de index minder effectief worden gebruikt.

Als data-analist of dataspecialist hoef je niet iedere interne werking van de database te kennen.

Het is wel nuttig om te beseffen dat de manier waarop je een filter formuleert invloed kan hebben op de uitvoering ervan.

Een functioneel juiste query is niet automatisch een optimaal uitgevoerde query.

9. Don’t: beoordeel je performance alleen op een kleine testquery

Do: denk na over de schaal waarop je SQL uiteindelijk zal draaien

Tijdens het ontwikkelen werk je misschien met:

LIMIT 100

De query is binnen een seconde klaar.

Mooi.

Maar dat is niet per definitie representatief voor de hele dataset.

In productie draait dezelfde logica misschien over vijf jaar aan data en honderden miljoenen records. Of een dashboard voert de query tientallen keren per dag uit voor verschillende gebruikers.

Een query die één keer vijf seconden duurt, lijkt misschien acceptabel.

Een query die vijf seconden duurt en 10.000 keer per dag wordt uitgevoerd, is een ander verhaal.

Denk daarom bij query performance niet alleen aan je huidige test, maar ook aan:

  • datavolume;
  • frequentie;
  • aantal gebruikers;
  • groei van de dataset;
  • compute- en cloudkosten.

Performance gaat ook over schaal.

10. Don’t: optimaliseer op je gevoel

Do: meet en kijk naar het execution plan

Meten is weten, ook met query performance.

Je hebt het idee dat iets niet goed is, dus je herschrijft een CTE.

Geen verschil.

Je verandert een JOIN.

Nog steeds langzaam.

Je verwijdert een DISTINCT.

Een klein beetje sneller.

Dit is query tuning op basis van trial-and-error.

Wanneer een query daadwerkelijk performanceproblemen veroorzaakt, probeer dan eerst te achterhalen waar het probleem zit. Hak je code eventueel in stukken en kijk waar de grote vertragingen ontstaan.

Veel databases en datawarehouses bieden daarvoor een execution plan, query profile of vergelijkbare analysefunctionaliteit.

Daarmee kun je bijvoorbeeld zien:

  • hoeveel records worden verwerkt;
  • welke onderdelen veel tijd kosten;
  • waar grote hoeveelheden data ontstaan;
  • welke JOIN-strategieën worden gebruikt;
  • hoeveel data wordt gescand;
  • waar sorting of aggregatie plaatsvindt.

Je hoeft niet direct ieder onderdeel van een execution plan te kunnen verklaren.

Zo verander je SQL optimization van gokken in analyseren.

Meet eerst waar het probleem zit voordat je de query gaat herschrijven.

Goede query performance begint tijdens het schrijven

Query performance is niet alleen de verantwoordelijkheid van database administrators, data engineers of het onderliggende dataplatform.

Ook als data-analist of dataspecialist heb je invloed.

Iedere keer dat je SQL schrijft, maak je keuzes over hoeveel data je ophaalt, welke tabellen je combineert, wanneer je aggregeert en hoe complex je berekeningen worden.

SQL query performance optimaliseren begint daarom niet pas wanneer een dashboard traag wordt of een query minutenlang blijft draaien.

Het begint bij het schrijven van de query.

De belangrijkste vraag is uiteindelijk simpel:

Hoeveel data moet ik daadwerkelijk verwerken om mijn vraag te beantwoorden?

Door bewust om te gaan met SELECT, WHERE, JOIN, DISTINCT, aggregaties, CTE’s en execution plans kun je vaak al veel winst behalen.

En misschien nog belangrijker: je leert niet alleen snellere SQL schrijven, maar ook beter begrijpen waarom een query goed of slecht presteert.

Mocht je uiteindelijk nog steeds tegen performance issues aanlopen, kunnen wij je verder helpen als interim of freelance Data Engineer en Datawarehouse expert.

Veelgestelde vragen over SQL query performance

Hoe kan ik SQL query performance optimaliseren?

Begin met het beperken van de hoeveelheid data die je query verwerkt. Selecteer alleen de kolommen die je nodig hebt, filter je dataset bewust, controleer je JOINs en voorkom onnodige aggregaties en DISTINCT-operaties.

Kijk vervolgens naar de schaal waarop de query draait en gebruik een execution plan of query profile om te bepalen waar de daadwerkelijke bottleneck zit.

Kort gezegd: verwerk zo weinig mogelijk data en meet waar de query tijd en capaciteit gebruikt.

Waarom is SELECT * slecht voor SQL performance?

SELECT * is niet per definitie slecht, maar zorgt ervoor dat alle kolommen worden opgevraagd. Bij brede tabellen en grote datasets kan hierdoor meer data worden gelezen en verwerkt dan noodzakelijk.

Als je maar drie kolommen nodig hebt, is het daarom beter om deze drie kolommen expliciet te selecteren.

Dat is bovendien duidelijker voor degene die de query later moet onderhouden.

Wanneer moet ik SQL query performance optimaliseren?

Niet pas wanneer een query daadwerkelijk traag wordt.

Bij kleine datasets kunnen inefficiënties nauwelijks merkbaar zijn. Naarmate datasets groeien, dashboards vaker worden geraadpleegd en meer gebruikers dezelfde queries uitvoeren, kunnen kleine inefficiënties grote gevolgen hebben voor performance en compute- of cloudkosten.

Daarom is het verstandig om bij het schrijven van SQL al rekening te houden met schaal.

Wat is sargability in SQL?

Sargability betekent in de context van SQL dat een voorwaarde zo is geschreven dat de database een beschikbare index of andere optimalisatie zo effectief mogelijk kan gebruiken.

Een eenvoudig voorbeeld is:

WHERE order_date >= '2026-01-01'
  AND order_date < '2027-01-01'

in plaats van:

WHERE YEAR(order_date) = 2026

De exacte uitvoering verschilt per database-engine, maar het principe is belangrijk: de manier waarop je een filter schrijft kan invloed hebben op SQL performance.

Hoe kan ik een SQL query sneller maken?

Er is geen standaard oplossing om iedere SQL query sneller te maken. Begin daarom met meten.

Controleer onder andere:

  • hoeveel records worden verwerkt;
  • hoeveel data wordt gescand;
  • welke JOINs worden uitgevoerd;
  • waar aggregaties plaatsvinden;
  • of er onnodige duplicaten ontstaan;
  • welke onderdelen van de query de meeste tijd kosten.

Gebruik hiervoor waar mogelijk het execution plan of query profile van jouw database of datawarehouse.

Zijn CTE’s sneller dan subqueries?

Niet automatisch.

CTE’s zijn vooral nuttig om complexe SQL-logica overzichtelijk te structureren en logica te hergebruiken. Verschillende database-engines kunnen CTE’s, subqueries en materialisatie anders verwerken.

Gebruik CTE’s daarom niet alleen omdat je verwacht dat ze sneller zijn.

Test de query en bekijk hoe jouw database-engine deze daadwerkelijk uitvoert.

Waarom maakt een JOIN mijn SQL query langzaam?

Een JOIN voegt werk toe en kan het aantal records in je resultaat sterk vergroten.

Een veelvoorkomende oorzaak van performanceproblemen is dat een JOIN meer records produceert dan verwacht. Bijvoorbeeld doordat de relatie tussen twee tabellen niet één-op-één is.

Controleer daarom tijdens het bouwen van je query hoeveel records je vóór en na iedere JOIN hebt.

Krijg je ineens 35 miljoen records waar je er 2 miljoen verwachtte? Dan zit daar waarschijnlijk iets interessants.

Kan SPECTS helpen met SQL performance en data engineering?

Jazeker! Dat is een groot deel van ons vak. Wij helpen opdrachtgevers met uitdagingen en professionals om door te groeien tot Senior Data Engineers. Mocht je dus ondanks deze tips nog steeds tegen performance problemen aanlopen, dan kunnen wij je zeker verder helpen.

Bij SPECTS Data Partners helpen we organisaties met data engineering, datamodellen, dashboards en het slimmer benutten van data. Al onze collega’s zijn in loondienst en werken volgens een Midlance-model maar dan speciaal getweakt voor Consultancy & Datagedreven interim opdrachten.

Benieuwd waar in jouw dataomgeving de performanceproblemen ontstaan? Neem contact met ons op voor een vrijblijvende kennismaking!

Waarom Talent Management in de IT niet meer werkt (en wat wél werkt)

Tegenwoordig ontkom je er niet meer aan. De arbeidsmarkt verandert! Open een rapport van Gallup of Gartner over workforce trends en je weet niet wat je leest. Zo blijkt uit onderzoek van Gallup dat slechts 20% van de medewerkers wereldwijd zich daadwerkelijk betrokken voelt bij het werk. Daar komt bij dat ongeveer 50% van de medewerkers ook aangeeft dat het moment om een andere baan te vinden vandaag is.

Natuurlijk zijn de grote consultancybureaus hierop ingesprongen. Al jaren is een steeds terugkerende conclusie uit Human Capital Trend rapportages (Deloitte) dat organisaties een shift moeten maken van: “managing workers” naar “empowering people”.

Organisaties investeren miljoenen in Talent Management, ook binnen de IT, Data & Tech markt wordt flink geïnvesteerd in professionals. Maar ondanks al die inspanningen leidt dit dus niet tot meer betrokkenheid of behoud van medewerkers. Dit betekent dat we dus niet te weinig investeren, maar investeren in de verkeerde dingen. Organisaties proberen talent te managen en te sturen vanuit de behoeftes die zij zelf hebben vanuit succesion planning.

Hoe volgen we bijvoorbeeld die ene directeur of CTO op die bijna met pensioen gaat en dat ook tijdig en op een goede manier gebeurt? Maar volgens mij hebben de professionals van vandaag daar helemaal geen behoefte aan. Ik zie vaak dat ze vooral autonomie, vertrouwen, transparantie en ontwikkeling willen. Vooral binnen onze IT, Data & Tech markt waar de ene innovatie naar de andere innovatie plaatsvindt is behoefte aan deze kernwaarden. Want zeg nou eens eerlijk, maakt een extra formulier of fancy Excel waarin talent wordt geplot of verplichte BILA iemand nou echt een betere professional? (nee dus). Dat was ook een van de redenen dat ik als eerste het sollicitatieproces bij ons wilde verbeteren. Niet meer een verplicht CV uploaden maar gewoon reageren met een simpele url naar je Linkedin. Scheelt weer tijd voor de sollicitant en wij kijken liever naar de persoon in plaats van het CV. In de IT, Data & Tech markt, waarin job hopping vaker voorkomt dan ooit geloof ik dan ook niet meer in talent management. Het past niet meer. Daarom pleit ik voor een shift van talent management naar talent enablement.

Talent management was in de jaren 80 simpel en logisch, nu niet meer.

Vroeger, in de jaren 80, draaide carrières om promotie, om je jaren en inzet te verkopen aan één werkgever. Voor die werkgever betekende dat, hoe zorgen we voor de beste kandidaat als opvolging van hoger management. Tsja, dan is talent management logisch.

Hoe Talent Management veranderde in de nineties

In de jaren 90 gingen we ons vanuit HR druk maken over objectief beoordelen. Niet langer werd er allen gekeken naar prestatie, maar ook naar competenties & competentieprofielen. Hierdoor ontstonden er ook de eerste versies van ontwikkelprogramma’s. McKinsey speelde hier goed op in met hun: “War for Talent” onderzoek, die stelde dat mensen en hun talenten dé succesbepalende factor van organisaties zouden worden. Op zich fijn, want hierdoor kwam “talent management” ineens ook op de directietafel te liggen.

Waar Talent Management strandde in de 2000’s

Economische ontwikkelingen zoals vergrijzing en schaarste gaven talent management een extra doel: retentie. De overheersende gedachte (die bij sommige organisaties nu nog is blijven hangen) is als we maar investeren in mensen hun ontwikkeling dan blijven ze langer bij onze organisatie. Je kan je afvragen of: “lang bij de organisatie blijven” een doel op zich zou moeten zijn (ken je het fenomeen quiet quitting?).

Waarom talent management in deze vorm niet meer werkt

Kijk eens naar onderstaande tabel, dan wordt het eigenlijk snel duidelijk.

VroegerVandaag
Lang bij dezelfde werkgeverGig economy
Carrière draait om promotiesEigen regie, eigenaarschap & flexibiliteit
Werkgever bepaalt jouw ontwikkelingTech ontwikkelingen & AI
  Portfolio van opdrachten als carrière

Er is al heel lang een shift gaande waarbij organisaties niet langer de eigenaar meer zijn van een carrière. Professionals hebben kansen, werk en opdrachten genoeg en zijn daarom niet meer afhankelijk van die ene promotie. Als professionals dus eigenaar zijn van hun carrière, wat valt er dan nog te managen?

Vier inzichten over Talent Management uit de psychologie

Psychological saftety (Amy Edmonson & Timothy Clark)

Psychologische veiligheid ontstaat als professionals zich vrij voelen om vragen te stellen, fouten te maken en toe te geven, ideeën te delen en te innoveren. Eigenlijk de status quo uit te dagen zonder bang te zijn voor negatieve gevolgen. Zeg nou eens eerlijk, als jij BI-consultant of Data Engineer bent bij een bank of verzekeraar, durf jij tijdens een sprint dan te roepen dat we een verkeerde KPI gebruiken in een dashboard, of blijf je stil? Juist hier begint talent enablement/ontwikkeling. Hier ontstaat sneller leren, meer innovatie, beter samenwerken en uiteindelijk dus een betere performance.

Self-determination theory (Deci & Ryan)

Wist je dat we als mens drie behoeftes hebben om gemotiveerd te zijn? Autonomie, competentie en verbondenheid. We willen graag zelf regie hebben over hoe en wat we doen. Het gevoel hebben dat we skills hebben (en blijven ontwikkelen) om te dealen met dat wat er op ons pad komt. We zijn natuurlijk ook sociale dieren, voelen ons graag verbonden, begrepen en part of the club (welke dat dan ook is). Ga maar eens na als professional, wanneer was jij het meest gelukkig in je werk? Waarschijnlijk bij een opdracht of werkgever waarbij je zelf beslissingen en keuzes mocht maken, voelde dat je de de capaciteiten had om het project goed uit te voeren en had je ook nog eens leuke collega’s (best zeldzaam hoor, deze heilige drie-eenheid). Kijk eens naar hoe wij deze inzichten hebben verwerkt in onze midlance constructie.

Job Demands-Resources Model

Eigenlijk een heel simpel concept. Zo simpel, dat we vaak de balans uit het oog verliezen zonder het door te hebben. Elke baan heeft demands, die kosten vooral energie. Denk moeilijke collega’s, een vervelende baas, te veel deadlines, een alsmaar groeiende backlog en te weinig mogelijkheden om je werk écht goed te doen.

Daar tegenover staan resources, die geven energie. Denk aan psychologische veiligheid, autonomie, leuke collega’s, oprechte feedback, inhoudelijk leuk werk. Het job-demands resources model stelt dat de balans tussen demands en resources bepaalt of iemand overspannen of bevlogen raakt (best een belangrijk verschil). Heb je zelf een beeld bij jouw eigen balans?

Person-Environment Fit & Job Crafting

Iets dat vreselijk onderschat wordt door de meeste bedrijven is dat een gesprek over talent echt niet alleen maar gaat over wat iemand kan. Juist de vraag: “waar komt iemand het beste tot zijn recht” is minstens net zo (misschien wel nog meer) belangrijk. De ene data specialist krijgt energie van een architectuur vraagstuk, de ander van de ene na de andere stakeholdermeeting. Door je werk, verantwoordelijkheid of omgeving een beetje aan te passen (Job Crafting), krijg je vaak meer werkplezier en betere prestaties. Zorg dat het past bij wie je bent (of wie je bent geworden) in plaats van bij wie je was of wie andere vinden dat je zou moeten zijn. You’re in control! Wil je weten hoe dat in de praktijk werkt bij SPECTS? Kijk dan eens naar een voorbeeld van “Hoe groei je door van Medior BI Specialist naar Senior BI Specialist hier.

Hoe passen we deze kennis toe bij SPECTS: Talent Enablement Framework

Het is best lastig, al deze mooie ideeën vorm te geven in een inspirerende graphic (edit: dat kan natuurlijk niet, dus kom vooral op de koffie!), maar we doen hieronder een poging:

Als Arbeid- en Organisatiepsycholoog ben ik jarenlang volgestopt met kennis over hoe organisaties talent herkennen en beoordelen. Naarmate ik langer in de praktijk werk raak ik steeds meer overtuigd van het feit dat we de verkeerde vragen stellen. We moeten gaan van: Hoe management we talent naar Hoe laten we talent groeien en dat zal met de opkomst van AI en alle gevolgen van dien de komende 10 jaar alleen maar belangrijker worden.

Waarom organisaties AI verkeerd implementeren. Met praktische tips!

In deze blog:
Introductie
1. “We moeten iets met AI doen”
2. AI zonder data strategie is als een auto zonder motor
3. De zoektocht naar de kip met de gouden eieren
4. Prioriteiten van je collega’s en mensen
5. Alles vibe-coden met GPT, Claude of Gemini
6. Los eerst eens de andere vijf problemen op
7. Management dat zelf nauwelijks met AI werkt
8. AI als containerbegrip gebruiken
9. Onrealistische deadlines en verwachtingen
Conclusie

De verwachtingen van AI zijn torenhoog. Daarom lijkt iedere managementvergadering tegenwoordig dezelfde agenda te hebben:

  • “Hoe kunnen we meer AI implementeren?”
  • “Onze concurrent gebruikt Claude, is dat ook iets voor ons?”
  • “Kunnen we geen AI-agent ontwikkelen ter vervanging van onze HR-medewerker Judith?”
  • “Moet onze volgende tactical hire een prompt-expert zijn?”

AI heeft ook enorme potentie. Sterker nog, ik denk dat AI de volgende technologische evolutie zal worden in het digitale tijdperk waar we nu inzetten. En daarom zoekt vrijwel iedere organisatie manieren hoe zij AI in hun voordeel kunnen gebruiken. Om processen te versnellen, kosten en overhead te verlagen of nieuwe kansen en groei aan te boren met onze AI-humanoids. Volgens Gartner staat Artificial Intelligence inmiddels bij een groot deel van de organisaties op de strategische agenda. De ‘AI Technology sandwich‘ van Gartner geeft al een goed beeld van het samenspel tussen Data & AI.

Maar AI is niet alleen een technologieprobleem. Het is vooral een organisatievraagstuk. En precies dat is de roze olifant in de kamer.

In de afgelopen 15 jaar heb ik veel organisaties geholpen met data, analytics, automatisering en digitale innovaties. Eerst als hands-on Data Analist, daarna als Data Specialist en later als Data Strategist. Wat mij elke keer opvalt is dat de technische uitdaging vaak niet het grootste probleem is.

De grootste uitdaging? Mensen, verwachtingen, prioriteiten, structuur, doorzettingsvermogen als het even tegenzit en ondersteuning van de visie door de Business Leaders.

Of kort gezegd: vaak willen bedrijven Formule 1 rijden terwijl de motor nog op een kratje in de garage ligt en de aanstaande coureur alleen nog stage heeft gelopen.

1. “We moeten iets met AI doen”

Veel organisaties benaderen AI alsof het een verplicht innovatieproject is. Er moet “iets” mee gedaan worden, want anders loop je achter op de markt. Je concurrent heeft al een betaalde enterprise-versie van OpenAI en je neefje weet meer van LLM’s dan jijzelf. Hierdoor ontstaat er vaak een situatie waarbij tools worden aangeschaft voordat duidelijk is welk probleem ze eigenlijk oplossen.

Dat is nooit een goed idee.

Innovatie werkt namelijk niet lineair. Zeker niet met AI. De markt verandert continu, modellen verbeteren maandelijks en workflows die vandaag modern zijn kunnen over drie maanden alweer achterhaald zijn. En je team heeft momenteel misschien meer behoefte aan duidelijkheid en structuur dan een nieuwe tool.

Daarom werkt een iteratieve aanpak vaak beter dan een groot strategisch masterplan van honderd pagina’s. (Ookal schrijven we dat masterplan natuurlijk ook graag voor je).

Experimenteer.
Test use-cases.
Meet resultaten.
Schaal op wat werkt.
En laat los wat niet werkt.

Dat laatste vinden organisaties vaak lastig. Zodra er budget, meetings en PowerPoint-slides aan hangen voelt stoppen als een mislukking. Terwijl snel stoppen soms juist een teken is van een verstandige keuze en daardoor kun je weer sneller nieuwe innovaties uitproberen.

Veel organisaties behandelen AI alsof ze direct een nieuwe ERP-implementatie starten, terwijl het in werkelijkheid veel dichter bij productontwikkeling of venture-building ligt.

En natuurlijk: een AI-tool introduceren zonder duidelijke use-case is een beetje alsof je een airfryer koopt en verwacht dat je automatisch maaltijden serveert van Michelin-sterren niveau.

2. AI zonder data strategie is als een auto zonder motor

We schreven er al eerder een blog over: “Maak van data je bedrijfs-motor voor strategie, processen en AI-toepassingen” – en deze blijft gewoon relevant.

Maar AI en Large Language Models zijn de volgende fase van digitale automatisering. Eerst digitaliseerden organisaties processen. Daarna kwamen dashboards, analytics en automatisering. Nu zitten we in de fase waarin AI en LLM’s processen slimmer proberen te maken.

Alleen vergeten veel organisaties één belangrijk detail:
AI is afhankelijk van de kwaliteit van je data-fundament.
Weet je niet waar je moet beginnen?
Overweeg eens een datawarehouse op te zetten.

Daarnaast ontstaat er zonder datastrategie vaak hetzelfde patroon:

  • losse AI-tools;
  • versnipperde data;
  • onduidelijk eigenaarschap;
  • shadow IT (niet goedgekeurde tools door IT die toch gebruikt worden);
  • beperkte governance;
  • het team weet niet wat de focus is;
  • en geen lange termijnvisie.

Dan ben je in feite chaos aan het automatiseren.

Een goede datastrategie zorgt ervoor dat:

  • data kwaliteit verbetert;
  • kennis binnen de organisatie groeit;
  • teams beter samenwerken;
  • processen schaalbaar worden;
  • en de organisatie leert omgaan met digitale verandering.

Maar daar zit ook meteen het probleem.

AI geeft snel zichtbare resultaten.
Een datastrategie bouwen kost discipline.

En discipline verkoopt nu eenmaal minder goed op LinkedIn.

Veel organisaties willen direct voorspellen met AI terwijl Excel-bestanden nog handmatig via e-mail worden doorgestuurd. Dat is een beetje alsof je full-self-drive wilt installeren op een auto zonder sensoren.

3. De zoektocht naar de kip met de gouden eieren

Dat AI de toekomst heeft, daar zijn de meeste mensen het inmiddels wel over eens.

Hoe die toekomst er exact uit gaat zien? Dat weet niemand.

Toch zie je veel organisaties zoeken naar AI-oplossingen die ineens alles gaan veranderen:

  • kosten omlaag;
  • productiviteit omhoog;
  • minder personeel nodig;
  • meer omzet;
  • snellere processen.

Alsof ergens een magische knop bestaat die jarenlang organisatorisch gedoe ineens oplost.

In de eerste maanden van een AI-project lijkt vaak alles mogelijk. Presentaties zijn ambitieus, demo’s indrukwekkend en verwachtingen hoog. Totdat de realiteit langzaam terugkomt:
budgetten blijven bestaan, governance blijft nodig en collega’s blijken nog steeds gewoon op vakantie te gaan midden in een project.

Te hoge verwachtingen zorgen vaak voor euforie aan het begin en teleurstelling aan het einde. Verder ben ik gezellig op feestjes.

Maar dat betekent niet dat organisaties minder ambitieus moeten zijn. Integendeel. Dus bouw tegelijkertijd aan je fundament:

  • datastructuur;
  • processen;
  • adoptie;
  • kennis;
  • governance;
  • en digitale volwassenheid.

Want de organisaties die op lange termijn winnen zijn meestal niet degene die als eerste begonnen, maar degene die structureel blijven verbeteren. Zoals een opdrachtgever ooit eens tegen mij zei: “Wij zoeken iemand die onze organisatie data-aandacht geeft”. En dat blijft relevant; experimenteren, ownership nemen en vooruit proberen te gaan met nieuwe tools.

4. Prioriteiten van je collega’s en mensen

Vanuit het management klinkt AI vaak logisch.

“We gaan slimmer werken.”
“We gaan automatiseren.”
“We gaan efficiënter worden.”

Alleen vergeten management-team en organisaties soms dat medewerkers ondertussen ook gewoon hun normale werk proberen te doen. En al vaker reorganisaties hebben meegemaakt of onderdeel waren van een revolutionair project die stilletjes gestorven is. Daarnaast zijn we vooral druk met:

Meetings.
Afstemmingen.
Projecten.
Administratie.
Deadlines.
Verplichte trainingen.
Mails beantwoorden.
En tussendoor nog proberen een beetje focus over te houden.

Oh ja, en dan moeten we ook nog “aan dat AI-project werken”.

Zo werkt het in de praktijk meestal niet en krijgt AI niet de aandacht die het nodig heeft.

AI-adoptie mislukt vaak niet omdat de technologie slecht is, maar omdat organisaties vergeten rekening te houden met tijd, aandacht, motivatie en energie van hun eigen mensen.

AI moet je collega’s helpen.
Niet extra werk creëren.

Als medewerkers AI ervaren als een extra proces, of nog een nieuwe tool of meer administratie, dan ben je het draagvlak al kwijt voordat het project live staat.

Succesvolle AI-implementaties draaien daarom niet alleen om techniek, maar vooral om praktische toepasbaarheid in het dagelijks werk.

5. Alles vibe-coden met GPT, Claude of Gemini

Vibe-coding is momenteel populair. Niks mis mee. Zelf ben ik ook regelmatig aan het vibe-coden. Maar wel vaak voor de ‘ideation’-fase of voor het debuggen van mijn eigen geschreven code, het uitwerken van demo’s of het opzetten van front-ends die een goed idee geven van de functionaliteiten van het eind-product. Daarna is het vibe-coden wel echt klaar voor mij.

Soms gebruik ik wel nog cursor.ai om AI in te zetten als ik zelf individueel aan het programmeren ben in coding-bases maar als ik samenwerk met andere data-specialisten, developers of designers dan houd ik liever control over mijn eigen code en de hele coding-base.

Ik merk dat er door vibe-coden tegenwoordig wel een iets te romantisch beeld ontstaat van softwareontwikkeling.

Alsof je met een paar prompts ineens een schaalbaar SaaS-platform bouwt.

Softwareontwikkeling is namelijk veel meer dan alleen code genereren.

Het gaat ook over:

  • architectuur;
  • schaalbaarheid;
  • security;
  • onderhoudbaarheid;
  • performance;
  • gebruikerservaring;
  • documentatie;
  • toekomstige uitbreidingen;
  • en technische keuzes die over drie jaar nog steeds logisch moeten zijn.

Onbewust, of bewust, hebben developers, project managers, gebruikers en product owners vaak veel meer eisen en wensen dan ooit in een prompt passen. En mocht het toch in een prompt passen dan is de solution weer net anders dan je zelf in gedachten hebt.

AI begrijpt context goed.
Maar niet alle context.

Ga dus niet je volledige productontwikkeling vibe-coden.

Voor debugging, prototypes en ondersteuning werkt het uitstekend.
Maar vertrouw niet volledig op automatische piloot.

Iemand die alleen een vliegtuig kan besturen op automatische piloot noem ik persoonlijk nog geen piloot waar ik comfortabel mee wil vliegen.

6. Los eerst eens de andere vijf problemen op

Soms willen organisaties AI implementeren terwijl de basisproblemen binnen de organisatie nog volledig openstaan.

De applicatiebeheerder loopt over van het werk.
Projecten missen structuur.
Deadlines schuiven continu op.
Backlogs blijven groeien.
Teams communiceren langs elkaar heen.
De trainee probeert vooral niet te verdrinken.
En ergens in het MT probeert iemand zijn eigen agenda er nog tussendoor doorheen te drukken.

Maar gelukkig hebben we nu een AI-tool.

AI lost organisatorische chaos niet automatisch op.

Sterker nog:
AI versterkt vaak bestaande processen.

Dus als je inefficiëntie automatiseert, krijg je meestal gewoon snellere inefficiëntie.

Een organisatie die moeite heeft met projectmanagement wordt niet ineens effectief doordat er een chatbot naast wordt gezet.

Dat betekent niet dat je eerst een perfecte organisatie moet zijn voordat je met AI begint. Dat bestaat namelijk niet. Maar wees wel transparant over waar je grootste knelpunten daadwerkelijk zitten.

Soms levert een betere projectstructuur meer op dan een nieuwe AI-tool.

7. Management zonder digitale geletterdheid

Veel managementteams zien AI absoluut als kans. Alleen ontbreekt er soms praktijkervaring. Zelf ben ik groot voorstander van “Act what you preach”. En als je vindt dat de organisatie meer met AI moet doen dan moet je als leider ook aan de slag.

Anders wordt AI iets wat “de organisatie” moet oppakken.
Of iets voor IT.
Of innovatie.
Of externen.
Of de stagiair.

Maar als management zelf nauwelijks met AI werkt, wordt het lastig om realistische verwachtingen te vormen. En een ChatGPT abonnement is niet voldoende om te claimen dat je ‘echt met AI werkt’.

Je hoeft geen machine learning engineer te zijn of AI Consultant.
Maar je moet wel begrijpen:

  • waar AI sterk in is;
  • waar het fout gaat;
  • wat de beperkingen zijn;
  • dat je data- & AI fundament moeten staan;
  • hoe adoptie werkt;
  • en welke processen daadwerkelijk geschikt zijn.

Ga zelf experimenteren.
Gebruik de tooling.
Test workflows.
Lees praktijkcases.
Bekijk waar andere organisaties succesvol zijn, en waar niet.
Faal.
Probeer opnieuw.

Want soms wordt AI besproken alsof het een magische zwarte doos is die tegelijkertijd kosten verlaagt, processen versnelt en die organisatie-breed ook direct geadopteerd wordt.

Dan loop je het risico beslissingen te nemen vanuit hype in plaats van kennis.

En dat zie je uiteindelijk terug in de kwaliteit van de implementatie.

8. AI als containerbegrip gebruiken

“AI” is inmiddels een verzamelnaam geworden voor ongeveer alles wat slim of geautomatiseerd klinkt.

Maar er zit nogal verschil tussen:

  • Machine Learning;
  • Large Language Models;
  • RPA;
  • AI Agents;
  • voorspellende modellen;
  • geautomatiseerde data pipelines;
  • analytics;
  • en klassieke automatisering.

Niet iedere oplossing heeft dezelfde toepassingen, risico’s of technische impact.

Veel AI-oplossingen vereisen bovendien nog steeds:

  • menselijke controle;
  • kwalitatieve data;
  • monitoring;
  • onderhoud;
  • governance;
  • en continue verbetering.

AI werkt namelijk niet los van je organisatie.
Het wordt gevoed door je data, processen, systemen en mensen.

Veel AI-projecten stranden omdat organisaties eerst een oplossing kiezen en daarna pas proberen uit te zoeken welk probleem erbij hoort.

9. Onrealistische deadlines en verwachtingen

“Diamonds are created under pressure.”

Klinkt fantastisch op een PowerPoint-slide.

Alleen meestal iets minder inspirerend om half elf ’s avonds tijdens een mislukte productie-deployment.

Veel AI-projecten worden onderschat.
Niet omdat de technologie onmogelijk is, maar omdat organisaties vergeten hoeveel afhankelijkheden erbij komen kijken:

  • datastructuren;
  • security;
  • adoptie;
  • verandermanagement;
  • integraties;
  • governance;
  • verwachtingen;
  • en interne besluitvorming.

Innovatie werkt zelden goed onder constante druk.

Korte feedbackloops werken meestal beter:

  • kleine iteraties;
  • duidelijke prioriteiten;
  • evaluaties per twee weken;
  • en continue communicatie.

Wacht niet drie maanden op een eindrapport waarin staat dat het project toch niet helemaal loopt zoals gepland.

Succesvolle AI-projecten ontstaan meestal niet door maximale druk, maar door consistente voortgang.

Conclusie

AI is geen wondermiddel.

Het is een versneller.

Van goede processen.
Van sterke teams.
Van kwalitatieve data.
Van duidelijke strategie.
En van organisaties die bereid zijn structureel te investeren in digitale volwassenheid.

De organisaties die AI succesvol implementeren zijn meestal niet degene die het hardst roepen dat ze “iets met AI doen”, maar degene die begrijpen dat technologie zonder fundament zelden duurzaam voordeel oplevert.

Bij SPECTS ondersteunen we organisaties met innovatie, digitalisering en het slim inzetten van data en AI. Daarbij geloven we niet in standaardoplossingen of hypegedreven implementaties.

Elke organisatie is uniek.
En succesvolle technologische innovatie dus ook.

Hoe is dat nou, werken op een opdracht? Interview met Max – Digital Marketing Manager

Onze Business-, Data- & Marketing Partners werken voor verschillende opdrachtgevers aan uiteenlopende interim opdrachten die bij hen passen. Max de Feijter is Digital Marketing Manager en voert momenteel een opdracht uit bij een van de Nederlandse Grootbanken. Als gepassioneerde marketeer en voorstander van datagedreven campagnes en GEO zorgt hij ervoor dat zijn opdrachtgever voorbereid is op de toekomst. Wij spraken Max over zijn opdracht, uitdagingen binnen zijn werk en wat werken als Marketing Partner bij SPECTS voor hem zo leuk maakt.

Kun je kort vertellen wat jouw opdracht inhoudt en waar jij dagelijks mee bezig bent bij de klant? 

Mijn opdracht is de rol van Digital Marketing Manager bij een Nederlandse Grootbank. Het team waarin ik werk is verantwoordelijk voor digital marketing: SEO en CXO, marketing automation/base marketing en paid (SEA/Social). De markt is competitief, vraagt slimme strategische inzet van de beschikbare marketingmiddelen en het gebruik van de juiste informatie op het juiste moment.

Wat was de uitdaging waar de opdrachtgever mee zat toen jij begon?

Door grote concurrentiedruk is er een scherpe marketingstrategie en uitvoering nodig. Door tijdelijke en structurele verschuivingen in het team was de inzet van een interim expert die snel het verschil kan maken noodzakelijk. Mijn inhoudelijke expertise en consultancy-achtergrond zijn daarin waardevol. Voorheen heb ik al veel met Marketing Automation, datagedreven campagnes, CRO, SEO en nog veel meer gewerkt. Deze kennis neem ik nu weer mee naar mijn huidige opdrachtgever.

Hoe bevalt de rol jou nu je inmiddels een paar maanden aan de opdracht werkt? 

Mijn rol bevalt erg goed. Ik heb het getroffen met een leuk, jong en enthousiast team in een dynamische omgeving waarin mijn ervaringen in vergelijkbare omgevingen en organisaties goed tot recht komt. Omdat mijn start gepaard ging met een nieuw kwartaal en een nieuwe teamindeling kon ik in no-time op 100% meedraaien en snel de eerste resultaten boeken.  

Over de samenwerking en cultuur bij de opdrachtgever

Hoe is het voor jou om als interimmer voor een opdrachtgever te werken?

Het is tof om als interimmer te werken. Je weet precies met welk doel je wordt “ingevlogen” en het is een mooie concrete uitdaging om die invulling dan ook waar te maken. Een goede motivator om die extra stap te zetten.  Wat ik waardeer aan de werkvorm is de duidelijke stip aan de horizon bij elke klus. Je werkt toe naar een succesvolle afronding, als een sportwedstrijd die afgefloten wordt bij de 90ste minuut.

Wat doe jij om het vertrouwen van het team te winnen?

Ik ervaar van nature veel betrokkenheid bij projecten en teams. Vertrouwen scheppen gaat daarmee nagenoeg vanzelf. Belangrijk daarin is het voor de hand liggende: doen wat je belooft. Een uitdaging is het vinden van balans in het toetsen van je aannames en altijd doorvragen, maar ook op je ervaring durven vertrouwen.  Hoe beter die balans, hoe meer je op jezelf kunt vertrouwen en des te meer vertrouwen je team krijgt.

Wat heb jij sinds de start al geleerd van deze opdracht of omgeving?

Wat je snel merkt is hoe erg bedrijfsculturen verschillen en hoeveel impact dat heeft op processen en werkwijzen. Hoewel de uitdagingen in organisaties sterk overeen komen vraagt iedere organisatie toch weer een andere oplossing.

Wat Max merkt over de impact die data op zijn werk heeft

Hoe helpt jouw werk de opdrachtgever echt verder?

Mijn brede kennis en ervaring in het werkveld in combinatie met mijn betrokkenheid zorgen ervoor dat ik breed inzetbaar ben en aan verschillende kanten kan betrouwbaar kan bijspringen. Ideaal voor een organisatie die volop in beweging is.

Is jouw opdrachtgever al veel aan het werk met AI binnen de marketing? 

De organisatie is druk bezig met het ontdekken van AI. Er zijn veel projectgroepen actief met pionieren en ontdekken. Ook binnen mijn team worden er kleine projecten gestart om ervaring op te doen. Maar zoals in de hele markt is er nog geen concrete integratie van AI, geen structurele processen die met of via AI worden uitgevoerd. Het uitvoeren van AI pilots komt veel terug en als Digital Marketing Specialist help ik daar graag bij.

Wat Max vindt van het werken als Marketing Partner bij SPECTS

Wat vind jij het grootste voordeel om te werken als Partner bij SPECTS?

Het grote voordeel van het werken als data partner bij SPECTS is de wederkerigheid van de stappen die je zet en je ontwikkeling. De ruimte die je krijgt om passende uitdagende opdrachten aan te gaan motiveren mij om te groeien en stappen te zetten. Die groei zorgt er op zijn beurt voor dat je steeds weer mooie volgende opdrachten vindt en groeit in je carrière.

Wat zou je zeggen tegen iemand die overweegt om ook aan boord te komen bij SPECTS maar het vinden van een opdracht spannend vindt? 

Als je goed bent in je werk dan vind je zeker die volgende opdracht. Er zijn opdrachten op veel verschillende niveaus en in veel vakgebieden te vinden. Zoals met een reguliere banenjacht is het altijd even zoeken naar de juiste opdracht. De ene keer mis je ervaring of skills, de volgende keer blijk je overgekwalificeerd en voor je het weet heb je de perfecte opdracht. Als je weet wat je in je mars hebt dan zal de opdrachtgever dat ook zien.

Waar wil jij jezelf de komende tijd op focussen en in doorgroeien bij SPECTS? 

Ik vind het belangrijk om voorop te (blijven) lopen met multidisciplinaire marketingkennis. Interne specialisten weten vaak alles van hun organisatie en hun eigen systemen. Als interim expert ben je juist de ideale persoon om op de hoogte te zijn van alle externe ontwikkelingen. Dat vraagt om actief volgen van trends en verdiepen in technieken en tools. Ik blijf dan ook werken aan mijn technisch-/strategische marketingprofiel om telkens weer meerwaarde te kunnen leveren, volg actief experts en vakliteratuur en verdiep me in nieuwe features.

Bedankt voor het gesprek Max!

Werken bij SPECTS

Ben jij zelf enthousiast geworden over het werken bij SPECTS en benieuwd of dit ook voor jou mogelijk is? Bij SPECTS zijn wij niet alleen op zoek naar Datagedreven Marketeers, Project Managers of proactieve Business- Data Analisten maar hebben wij ook vacatures voor: Data Engineers, Data Scientists en BI Specialisten.

Als bij een kennismaking blijkt dat we beiden enthousiast zijn over de samenwerking dan ontvang je ons arbeidsvoorwaardenhandboek met uitgebreide toelichting, berekeningen en voorbeelden. Het belangrijkste voor ons is dat wij jou in je kracht kunnen zetten en jij gepassioneerd bent over je vakgebied.

Laat dus wat van je horen! Wij zien je graag op ons gezellige kantoor in Utrecht. Neem contact met ons op en wie weet zit jij net zoals Max binnenkort op een leuke opdracht waar je de vruchten van plukt.

Marketing grip op LLM’s & AI: zo versterk je jouw merk met GEO voor optimale vindbaarheid

ChatGPT, Gemini, Claude en andere AI-platformen hebben de klantreis drastisch veranderd. Waar consumenten zich vroeger volledig via zoekmachines en daarna op websites oriënteerden, verschuift die oriëntatie steeds meer naar LLM’s (Large Language Models).

Voor veel organisaties brengt dat een nieuwe vraag op: hoe zorg je dat je website goed gevonden wordt en blijft?

Maar daar zit de denkfout. GEO (Generative Engine Optimization) behandelen als directe vervanging van SEO; dat werkt niet. LLM-oriëntatie vraagt om een nieuwe, maar tegelijkertijd bekende marketingbenadering. 

GEO is geen rankingvraagstuk

SEO draait al tientallen jaren om meetbare zichtbaarheid. Hoe hoger je scoort op de drie pijlers: autoriteit, content en techniek, hoe beter je SEO-ranking en zichtbaarheid in zoekmachines zoals Google en Bing zijn.

GEO draait om iets heels anders: de juiste positionering binnen LLM’s.

De belangrijkste vraag verandert van: “hoe hoog rankt mijn pagina?” naar: “welk verhaal vertelt AI over mijn merk of bedrijf?”

Dat verschil is een andere denkwijze en vergt wat training.

Drie manieren waarop LLM’s jouw klantreis beïnvloeden

LLM’s beïnvloeden klantreizen op drie niveaus:

  1. Directe referenties
    • De meeste LLM’s kunnen referenties of directe verwijzingen geven naar je website. Bijvoorbeeld in ChatGPT als link. Wanneer iemand deze verwijzingen aanklikt, belandt de bezoeker “gewoon” op je website. Dit effect is alleen minimaal. Vaak is dit slechts een klein percentage (0-10%) van websiteverkeer meetbaar afkomstig van LLM’s. Dat zien we ook bij de traffic van SPECTS. circa 8% komt uit directe GEO-referenties. Zelf ben ik ook bij SPECTS gekomen via deze manier; het werkt dus wel!
  2. Expliciete merkvermeldingen
    • Een merk wordt genoemd in een LLM-respons. Vraag je bijvoorbeeld naar populaire frisdranken dan zal Coca-Cola geheid in het antwoord terugkomen. Dat antwoord wordt gebaseerd op de content van de website die je zelf in beheer hebt, maar ook social media, andere websites en content, reviews en media die een merk online aanhalen. Hoe prominenter de bron, hoe stelliger deze informatie door LLM’s gepresenteerd wordt. Deze merkvermeldingen gaan niet altijd gepaard met een referentie naar je website. Deze merkvermeldingen zijn niet direct meetbaar zoals zoekvertoningen dat via tools als Search Console wel zijn.  
  3. Impliciete vermeldingen
    • Een LLM kan jouw website-content gebruiken als bron voor een antwoord, zonder expliciete bronvermelding. Dat is nou eenmaal de werking van LLM’s. Zo kan jouw blogpost zomaar een bron vormen voor de blogpost die een marketeer in jouw branche aan het schrijven is met ondersteuning van LLM’s. Een van de belangrijkste redenen waarom wij zelf bij SPECTS blogs schrijven en content publiceren.

      Schematisch uitgelegd hoe de drie manieren van de klantreis beïnvloed worden door LLM’s:

Hoe doet mijn merk het in GEO?

De brede rol van LLM’s in klantreizen vraagt om een uitgebreidere analyse. Enkel het open klikken van een Google Analytics-Dashboard met kliks en views is niet langer voldoende. Wanneer je wel BI Tools inzet bij Marketing & Campagnes? Lees mijn eerdere blog!

Gelukkig zijn er verschillende methoden om LLM-zichtbaarheid te analyseren en uiteindelijk ook te verbeteren:

  1. Track wat zichtbaar is: Een klein deel van LLM-gebruikers klikt bronnen aan en belandt meetbaar op je website. Deze gebruikers hebben (soms) een bron in analytics zoals ook Google Ads of emails duidelijke bronnen met UTM’s mee kunnen geven.

    Tip: maak één of meerdere doelgroepen in Analytics aan met sessiebronnen: LLM’s (ChatGPT/Gemini/Claude).

    Zo krijg je inzicht in de aantallen, maar ook in gedrag. Voor welk aandeel van je conversies deze bezoekers goed zijn, hoe lang zij gemiddeld op de website blijven of op welke pagina’s zij landen.
  2. Analyseer indicatieve data: LLM referrals zijn gedeeltelijk aangemerkt als “direct traffic” in analytics: verkeer zonder duidelijke bron. Dat komt bijvoorbeeld voor bij verwijzingen van de smartphone-apps van LLM’s naar je website. Landt er onverklaarbaar veel direct traffic op pagina’s diep in je website (niet de homepage)? De kans is groot dat LLM verwijzingen een aanleiding zijn. Zorg er wel voor dat je weet welke marketingcampagnes ook voor direct traffic kunnen zorgen op specifieke pagina’s in een bepaalde periode. Het wordt steeds belangrijker dat de marketinganalist op de hoogte is van alle marketingactiviteiten in je organisatie.
  3. Gebruik proxies: onderzoek de impact stroomafwaarts. De effecten van je zichtbaarheid in GEO zijn merkbaar. Ook wanneer er niet op je website-bron geklikt wordt. Bezoekers die via LLM’s over je merk lezen zullen regelmatig zelf via Google op zoek gaan naar je website voor meer informatie. Bekijk Search Console voor onverklaarbare toenames in branded zoekopdrachten. Dat signaal wijst op mogelijke LLM vermeldingen.
  4. GEO-experimenten: Experimenteer met GEO, zoals dat ook in SEO en Conversion Rate Optimization (CRO) gebeurt.

    Pas pagina’s aan conform bekende GEO-richtlijnen zoals het gebruik van duidelijke vraag-antwoordstructuren; Analyseer de impact op direct traffic op die pagina over een bepaalde periode; Onderzoek de impact op algemeen verkeer via organisch verkeer op die pagina’s.

    Belangrijk: monitor je KPI’s zoals time on page, exit rate en conversierates op die pagina’s. Veel GEO-richtlijnen zitten in het vaarwater van CRO/CXO en customer journey design. GEO kan hand in hand gaan met andere marketinginspanningen, maar kan het ook tegenwerken. Het is aan de analist om die analyses multidisciplinair uit te voeren.
  5. GEO tools: Er ontstaan steeds meer GEO-tools die helpen bij analyse, zoals LLMrefs, Surfgeo of Semrush. Deze tools werken allemaal op dezelfde wijze en vrij eenduidig.Ze sturen een grote hoeveelheid prompts naar de verschillende LLM’s en meten simpelweg de output.  
    a. Mention frequency → hoe vaak wordt je merk genoemd.
    b. Citation presence → hoe vaak wordt je website als bron genoemd.
    c. Share of voice → jouw aandeel ten opzichte van concurrenten in LLM’s.
    d. Prompt coverage → Bij welke vragen of onderwerpen kom je voor. Tot waar reikt je zichtbaarheid.

Maar leun niet alleen op deze tools. Waar tools op grote schaal werken, is de output vaak beperkt tot een abstracte score. Leuk om te zien, maar je kunt er weinig mee. Veel effectiever is het handmatige testen in LLM’s. Vraag bijvoorbeeld naar “drie goede merken in [domein]”. Sta je er niet tussen? Vraag waarom je er niet tussen staat. Een LLM vertelt je precies waarom jouw AI-zichtbaarheid niet voldoende is en hoe je jouw zichtbaarheid vergroot. Zo ontdek je hoe LLM’s jouw merk interpreteren en reproduceren. Vraag ook: “wat kun je vertellen over [merk]”. Vaak levert dat een antwoord inclusief referentie naar de bron op een/jouw website op. Pas je die bron aan, dan verschuift ook het beeld dat LLM’s van jouw merk reproduceren. Positionering heb je daarmee gedeeltelijk zelf in de hand.  

De grote verschuiving:

SEO draait als digitale marketingdiscipline om gevonden worden. GEO draait om hoe AI jouw merk positioneert. Het overschrijdt de grenzen van digitale marketing en gaat over alle marketingdisciplines heen: je merkperceptie. 

Ben jij benieuwd hoe jouw merk presteert in GEO? Structureel werken aan je positionering? Bij SPECTS helpen we je graag vooruit. Bekijk onze Consultancy, AI & Marketing services en plan een vrijblijvende kennismaking. Zo krijg je direct inzicht in de juiste GEO aanpak.

Veelgestelde vragen en onze tips:

  1. Hoe optimaliseer ik mijn website voor AI en LLM’s?
    1. Betere zichtbaarheid in AI begint bij consistente en duidelijke informatie.
      (1) Gebruik duidelijke en consistente beschrijvingen van je organisatie, producten en expertise. Niet alleen goed voor LLM’s, maar ook fijn voor de klant.
      (2) Structureer je content met heldere koppen en definities. AI vergt hetzelfde als je websitebezoekers: duidelijkheid.
      (3) Zorg voor autoriteit door cases, benoem externe onderzoeken en partners en gebruik betrouwbare externe verwijzingen.
  • Heb ik een dashboard nodig om mijn AI-zichtbaarheid te monitoren?
    • Voor generatieve AI bestaan er nog geen universele metrics zoals vertoningen en kliks. Zichtbaarheid moet worden gemonitord via een combinatie van databronnen.

Start me thet bouwen van een GEO dashboard. Een effectief GEO-dashboard combineert onder andere:

  • Herkenbaar AI-referral verkeer
    • Branded-Search ontwikkelingen
    • Prompt-based visibility testen
    • Merkvermeldingen in verschillende AI-systemen
    • Gedragsdata vanuit AI-gerelateerd verkeer.

Door deze signalen te combineren creer je waardevol inzicht in je AI positionering.

Bij SPECTS vertalen we deze signalen naar concrete inzichten waarmee organisaties hun AI-zichtbaarheid gericht kunnen verbeteren.

Het datamodel. Jouw beginpunt voor schaalbare Power BI dashboards

Meten is weten, maar zonder goed fundament bouw je niets duurzaams. Daarom vertellen wij jou in deze blog hoe je een goed datamodel bouwt.

Veel organisaties herkennen het wel: rapportages die ooit in Excel zijn begonnen en langzaam zijn uitgegroeid tot grote, complexe bestanden met veel formules die afhankelijk zijn van elkaar. Je raakt nog wel eens een versie, gebruikt andere definities dan andere afdelingen en het kost steeds meer tijd om tot dé waarheid te komen.

De stap naar Power BI lijkt logisch, maar zonder de juiste basis herhaal je dezelfde problemen als hierboven. Het verschil maak je namelijk aan het begin van je nieuwe opzet: in het datamodel. Met een goed datamodel leg je de fundering voor dashboards die schaalbaar, betrouwbaar en begrijpelijk zijn.

Waarom het datamodel het verschil maakt

Een datamodel is in essentie een gestructureerde weergave van je data. Het brengt samen wat verspreid zit over systemen, bestanden en afdelingen, en maakt daar één consistente “laag” van waarop je kunt rapporteren.

Waar het vaak misgaat, is dat organisaties direct beginnen met visuals bouwen. Grafieken, tabellen en KPI-kaarten worden ingericht terwijl de onderliggende data nog niet duidelijk is. Het resultaat: dashboards die er goed uitzien, maar waar niemand volledig op vertrouwt. Logisch want de data is aan elkaar geknoopt en daar is moeilijk overzicht over te krijgen. .

Door te starten met het datamodel zorg je dat:

  • definities centraal vastliggen
  • berekeningen consistent zijn
  • rapportages schaalbaar blijven

Het dashboard zelf wordt daarmee slechts een weergave van wat al goed is ingericht.

Van Excel-chaos naar structuur

De overstap van Excel naar Power BI is voor veel organisaties een logisch moment om het anders aan te pakken. In Excel wordt data vaak bewerkt, gecombineerd en geanalyseerd in één bestand. Dat maakt het flexibel, maar ook kwetsbaar.

In een volwassen Power BI-omgeving scheid je deze stappen:

  • data wordt opgehaald en opgeschoond bij de bron of via ETL
  • het datamodel vormt de centrale waarheid
  • dashboards tonen alleen de uitkomst

Die scheiding zorgt voor rust, overzicht en herbruikbaarheid.

Maar hoe pak je dit nu aan? Wij helpen je in 6 stappen verder:

Stap 1: Breng je databronnen in kaart

Een goed datamodel begint niet in Power BI, maar bij je data. Welke bronnen gebruik je eigenlijk? Denk aan ERP-systemen, CRM, Excel-bestanden, API’s of SharePoint-omgevingen.

Het is belangrijk om per bron vast te leggen:

  • wat de inhoud is
  • wie de eigenaar is
  • hoe vaak de data wordt ververst

Eigenlijk hetzelfde als waar we eerder over schreven bij het ontwikkelen van een goede data strategie. Een Power BI-dashboard is uiteindelijk niets meer dan een view op bestaande of berekende data. Als de bron onduidelijk is, wordt de uitkomst dat ook.

Stap 2: Maak keuzes, minder is meer

Een veelgemaakte fout is dat organisaties alles willen laten zien wat beschikbaar is. Meer data lijkt beter, maar leidt in de praktijk tot onoverzichtelijke dashboards en onduidelijke inzichten.

Sterke dashboards draaien om focus. Kies per rapport 2 tot 4 kern-KPI’s die echt relevant zijn voor de gebruiker. Detailinformatie kan altijd via doorkliks of aparte rapporten worden toegevoegd. Lees onze eerdere blog over sterk KPI design.

Door te kiezen, maak je het dashboard niet alleen duidelijker, maar ook effectiever als stuurmiddel.

Stap 3: Wees realistisch met scope en roadmap

Een perfect dashboard bouw je niet in één dag en al helemaal niet op de eerste dag. Toch proberen veel organisaties direct een compleet eindbeeld te realiseren, met alle databronnen en wensen tegelijk.

Een betere aanpak is werken met een Minimum Viable Dashboard (MVD). Binnen enkele weken realiseer je een eerste versie met de belangrijkste KPI’s. Vanuit daar bouw je iteratief verder. Je laat deze checken door de gebruikers die het dashboard gaan gebruiken, verzamelt feedback en ontwikkelt verder.

Zo combineer je snelle waarde leveren met een duidelijke langetermijnvisie.

Stap 4: Ontwerp een slim datamodel

Het datamodel is de plek waar alles samenkomt. Hier bepaal je hoe tabellen zich tot elkaar verhouden en op welk detailniveau je data opslaat.

Een veelgebruikte structuur is het onderscheid tussen:

  • feitentabellen (bijvoorbeeld transacties)
  • dimensietabellen (zoals klanten, producten of tijd)

Door deze structuur goed op te zetten:

  • blijven berekeningen overzichtelijk
  • worden dashboards sneller
  • voorkom je dubbel werk

Het is verleidelijk om het model direct volledig uit te werken, maar begin eenvoudig. Een model dat werkt en begrepen wordt, is waardevoller dan een complex model dat niemand doorgrondt.

Stap 5: Denk in kolommen, niet in rapporten

Goede data is gestructureerd. Dat betekent:

  • elke rij heeft een unieke identifier
  • datums en tijden zijn consistent opgeslagen
  • kolommen bevatten één type informatie

Samengevoegde tekstvelden of handmatige bewerkingen maken data moeilijk te hergebruiken en vertragen je model. Door “CSV-minded” te denken, simpel, gestructureerd en logisch, maak je je data toekomstbestendig.

Stap 6: Begin en optimaliseer later

Veel projecten vertragen omdat alles direct perfect moet zijn. Performance, schaalbaarheid en technische optimalisatie zijn belangrijk, maar niet in de eerste fase.

Begin met een dashboard dat functioneel klopt en waarde levert. Optimalisaties zoals incremental refresh, datalagen of performance tuning kun je later toevoegen.

De grootste valkuil is niet een slecht model, maar helemaal niet beginnen.

Praktisch stappenplan

Wie concreet aan de slag wil, kan dit als leidraad gebruiken:

  • inventariseer databronnen
  • documenteer definities en eigenaarschap
  • kies kern-KPI’s
  • ontwerp een eenvoudig datamodel
  • bouw een eerste dashboard (MVD)
  • plan iteraties en optimalisaties

Deze aanpak zorgt voor snelle resultaten zonder de lange termijn uit het oog te verliezen.

Veelgemaakte fouten en snelle verbeteringen

In de praktijk zien we vaak dezelfde valkuilen terug:

  • berekeningen die in visuals worden gedaan in plaats van in het model
  • ontbrekende of inconsistente ID’s
  • verschillen in datatypes tussen bronnen

Tegelijk zijn er ook snelle verbeteringen mogelijk:

  • werk met één centrale definitie per KPI
  • zorg voor consistente timestamps
  • automatiseer data-refresh waar mogelijk

Kleine aanpassingen kunnen een groot verschil maken in betrouwbaarheid en gebruiksgemak.

Van datamodel naar betere beslissingen

Een goed datamodel is geen doel op zich, maar een middel. Het zorgt ervoor dat dashboards niet alleen informatie tonen, maar ook vertrouwen geven.

Wanneer cijfers consistent zijn en definities duidelijk, ontstaat ruimte voor wat echt belangrijk is: sturen op resultaat. Beslissingen worden sneller genomen, discussies gaan over inhoud in plaats van cijfers en data wordt een strategisch hulpmiddel.

Conclusie: begin bij de basis

De kwaliteit van je dashboard wordt bepaald voordat je ook maar één visual bouwt. Door te starten met een sterk datamodel leg je de basis voor schaalbare, betrouwbare en begrijpelijke rapportages.

Power BI is krachtig, maar alleen als de fundering klopt.

Wil je ontdekken hoe jouw huidige rapportages ervoor staan en waar de grootste winst zit? Plan een korte sessie en krijg direct inzicht in de mogelijkheden voor jullie organisatie.

Een datamodel is de gestructureerde laag waarin data uit verschillende bronnen wordt samengebracht, gekoppeld en gedefinieerd. Het vormt de basis waarop alle rapportages en dashboards draaien.

Zonder goed datamodel ontstaan inconsistenties in cijfers en definities. Door eerst de basis goed in te richten, voorkom je fouten en zorg je voor betrouwbare inzichten.

Met een duidelijke scope en een beperkt aantal KPI’s kun je vaak binnen enkele weken een eerste werkend dashboard opleveren. Vanuit daar kun je iteratief verder bouwen en uitbreiden.

Hoe is dat nou, werken op een opdracht? Interview met Olivier Mozer – Data Engineer

Onze DataPartners werken voor verschillende opdrachtgevers aan uiteenlopende opdrachten binnen het data-domein of in posities als datagedreven professionals. Olivier Mozer is Data (Migratie) Engineer en voert momenteel een opdracht uit bij een van de grootste verwerkers van financiele informatie in Nederland. Hij werkt aan de migratie van een oud datasysteem naar een nieuw dataplatform met een team vol experts en professionals. Wij spraken Olivier over zijn opdracht, uitdagingen binnen zijn werk en wat werken als Interim Data Engineer bij SPECTS voor hem leuk maakt.

Over zijn interim opdracht als Data Migratie Engineer

Kun je kort vertellen wat je opdracht is en hoe je die rol momenteel vervuld?

Momenteel ben ik actief als Data Migratie Engineer bij een grote overheidsorganisatie in de financiele sector. Er gaat gemigreerd worden naar een nieuwe database omgeving. Naast het migreren van data is dit ook het moment om de structuur aan te passen zodat migreren of het doorvoeren van aanpassingen in de toekomst makkelijker gaat.

Wat was de uitdaging waar de opdrachtgever mee zat toen jij begon?

Het gaat natuurlijk om een gigantische data omgeving met zeer veel afhankelijkheden. Ook is er een strakke deadline wanneer de oude omgeving niet meer bereikbaar is. Dit in combinatie met de structuur aanpassingen vereist vakkennis en mankracht.

Waar ben je het meest trots op sinds je daar aan de slag bent?

Zelf ben ik later in het traject ingestapt en daardoor moest ik ook sneller up to speed zijn. Ik kon snel aan de slag en meedraaien met de rest. In het begin was ik kritisch op mijzelf of dit zou lukken maar uiteindelijk is het allemaal heel goed verlopen.

Over de samenwerking en cultuur bij de opdrachtgever

Hoe is het om als interimmer voor een opdrachtgever te werken?

Zelf vind ik het een mooie uitdaging omdat je wordt ingehuurd voor je specialisme en vaardigheden en bijvoorbeeld niet enkel voor je persoonlijke eigenschappen of humor (kan wel van pas komen). Je moet echt waarde toevoegen binnen je vakgebied en je beste beentje voorzetten. Als je goed tot je recht komt binnen een uitdagende werkomgeving dan geeft dat echt een goed gevoel

Wat doe jij om het vertrouwen van het team te winnen?

Een proactieve houding, eigenaarschap en mezelf zijn. Het gaat dan eigenlijk vanzelf.

Wat leer jij zelf van deze opdracht of omgeving?

Ik ben in een nieuwe omgeving terecht gekomen waar ik met 2 systemen kan werken waar ik voorheen nog niet mee gewerkt heb. Naast de software-inhoudelijke-verdieping, is er ook een variatie van interne en externe medewerkers bij ons op de afdeling met allemaal verschillende ervaringen en werkwijzen waar ik altijd benieuwd naar ben. Zo leer je inhoudelijk binnen je vakgebied maar leer je ook veel nieuwe domeinen en mensen kennen.

Wat Olivier merkt over de impact die data heeft

Hoe helpt jouw werk de opdrachtgever echt verder?

Momenteel is het vooral veel werk verzetten en weinig zoeken naar nieuwe oplossingen. Deze route is al redelijk ver uitgestippeld en is het tijd om echt uitvoerend aan de slag te gaan. Met het motto Ain’t Nothing To it, But To Do It! Ben ik hier hard mee aan de slag.

Welke verbeteringen zijn er dankzij jouw bijdrage ontstaan?

Binnen het omzetten van de code heb ik een aantal standaarden voorgedragen die nu gebruikt worden, maar verder weinig omdat er gewoon veel werk verzet moet worden. Dat kost voor deze fase veel tijd en inspanning.

Wat is volgens jou het verschil tussen ‘rapporteren’ en ‘impact maken met data’?

Rapporten is voor mij het presenteren van statische data. Impact maken met data zie ik dieper in de gerapporteerde data duiken en inleven vanuit de stakeholder. Het kan zijn bijvoorbeeld zoals een data analist patronen zoekt waardoor de oorzaak van omzet daling herkend wordt, of een data engineer die een grote tabel splitst naar verschillende tabellen en deze op de juiste manier aan elkaar linkt waardoor er grote perfomance winst is. Vanzelfsprekend maak ik liever impact met data!

Wat Olivier zelf vindt van het werken als DataPartner bij SPECTS

Wat vind jij het leukste aan werken als DataPartner?

Je bepaalt zelf welke klus je wil uitvoeren en heb je volledige controle over je opdracht, gewenste tarief en andere eisen zoals reistijd of inhoud. Ook kan je zelf kiezen hoeveel uur per week je wilt werken, of je tijd hebt voor een extra klus en het prettigste: hard werken wordt beloond. Je plukt de vruchten van je eigen inspanning.

Wat zou je zeggen tegen iemand die overweegt om ook zo’n rol te doen?

Klop bij ons aan en kom binnen voor een kop koffie! De datapartners en ik vertellen je graag in detail meer over onze ervaring en waar je op moet letten als je gaat starten als interimmer.

Wat is jouw belangrijkste ‘lesson learned’ bij deze opdracht

Ik ben tijdens het gehele wervingsproces gewoon mezelf geweest. Ik weet wat ik kan, en wat ik niet kan en daardoor sta ik hier vol zelfvertrouwen omdat ik weet dat ik waar kan maken waarvoor ik gekozen ben. Eerlijkheid en transparantie lonen daarbij.

Bedankt voor het gesprek Olivier!

Werken als Interim Data Engineer bij SPECTS

Ben jij zelf enthousiast geworden over het werken bij SPECTS en benieuwd of dit ook voor jou mogelijk is? Bij SPECTS zoeken we niet alleen Data Engineers, Data Scientists en BI Specialisten maar wij hebben ook vacatures voor: datagedreven Business- Data Analisten.

Als bij een kennismaking blijkt dat we beiden enthousiast zijn over de samenwerking dan ontvang je ons arbeidsvoorwaardenhandboek met uitgebreide toelichting, berekeningen en voorbeelden.

Laat dus wat van je horen, ook als je zelf op zoek bent naar een interim professional. Wij zien je graag op ons gezellige kantoor in Utrecht. Neem contact met ons op en wie weet zit jij net zoals Olivier binnenkort op een leuke opdracht!

Mijn ervaring in 10 jaar Data Science en wat jij ervan kunt leren als professional en organisatie

Vers afgestudeerd van de universiteit en klaar om het bedrijfsleven te bestormen. In 2016 rondde ik mijn master International Economics & Business met econometrie af. Ik wist nog niet exact hoe ik mijn carrière wilde inrichten, maar één ding was duidelijk: ik wilde werken met nieuwe technologie, informatiebronnen, statistiek en slimme software.

Management Traineeships waren toen al helemaal in en veel van mijn mede-studenten solliciteerden daarop. Maar ik wilde de inhoud in. Ik wilde voorbereid zijn op de toekomst in een wereld waarin de enige constante verandering is.

Daarnaast werd in 2012 de rol van Data Scientist nog uitgeroepen tot ‘Sexiest Job of the Year’. Daarom koos ik bewust voor de IT-, software- en datakant.

Na een onsuccesvolle eerste stap als (management) consultant ICT ging ik aan de slag als junior Data Analist / Data Scientist bij een nieuw Data Science / Analytics adviesbureau. Dat smaakte goed. Ik vond nog een tweede werkgever in dezelfde richting en heb sindsdien veel interim- en freelanceopdrachten mogen uitvoeren bij uiteenlopende organisaties op het gebied van ‘data’ zoals: Data Analyst, Data Scientist, Product Manager, Data Engineer en Data Lead.

Nu, tien jaar later, kan ik daarom terugkijken op tientallen data-onderzoeken, migraties, implementaties van nieuwe tooling, systemen, programmeertalen, business cases en natuurlijk: AI-trajecten. Afgelopen tien jaar is er veel veranderd. Maar ook verrassend weinig.

AI in 2016 versus AI in 2026: containerbegrip of volwassen domein?

In 2016 was ‘AI’ al hip. Maar onder data-specialisten werd het vaak gezien als een containerbegrip voor managers die niet precies wisten wat voor werk we echt deden. “Kun je programmeren?” – als je antwoord ja was dan mocht je vaak al aan de slag bij een opdrachtgever.

Voor veel organisaties betekende AI destijds: Chatbots, Statische Analyses, NLP-algoritmes, Multivariate regressie analyses verpakt als Machine Learning modellen, slimme if-else-statements en anere Data management of automatiseringstoepassingen in bijvoorbeeld Python of R.

De realiteit? De meest succesvolle data-trajecten waren zelden de technologisch meest indrukwekkende oplossingen. Het waren meestal de toepassingen die een goedlopende business unit of afdeling slim ondersteunden. Geen science fiction, maar goede software op de juiste plek met de juiste mensen. En dat is eigenlijk nog steeds zo.

Wat is Data Science eigenlijk? (En waarom verschilt het per organisatie?)

Data Science heeft anno 2026 nog steeds geen eenduidige definitie. Dat merken we dagelijks bij SPECTS in gesprekken met kandidaten en opdrachtgevers.

Bij corporates en MKB+ organisaties is Data Science vaak de afdeling die werkt met: Machine Learning, AI & LLM’s, automatisering, statistiek, nieuwe software, empirisch onderzoek en big data analyses.

Sommige organisaties zijn wel internationaal voorloper op het gebied van Data Science zoals bepaalde afdelingen binnen KLM, Rabobank, TNO, Defensie en ASML. Erg leuk om dat van dichtbij mee te kunnen maken als interim Data Scientist.

Bij andere organisaties is de Data Scientist echter een veel generieker profiel. Daar moet één persoon soms ervaring hebben met de hele data-stack: Data Engineering, Software Development, Data Analyse, Data Management, IT Support, Stakeholdermanagement en Rapportagebeheer.

Met vaak als opdracht van de manager of opdrachtgever: “We willen meer met data doen.”

Begrijp me niet verkeerd: sommige Data Scientists kunnen dit allemaal ook. Maar het is niet gebruikelijk en het is zeker geen duurzame manier om strategisch het maximale uit je data-stack te halen. Daarnaast is de kans op het succesvol overdragen van deze Data Scientist’s kennis naar anderen vrijwel nihil en komt er op termijn steeds meer druk op deze persoon te liggen.

De uitdagingen van 2016 lijken verdacht veel op die van 2026

Technologische adoptie is nog steeds beperkt.
Veranderkunde is nog steeds cruciaal.
En veel organisaties huren nog steeds liever extern advies in dan dat zij structureel investeren in de data-infrastructuur of het verbeteren van interne samenwerkingen.

Dat is niet cynisch bedoeld. Het is een observatie van de afgelopen 10 jaar.

En precies daarom is Data Strategie en Data Science vandaag belangrijker dan ooit.

Wordt de Data Scientist met uitsterven bedreigd?

Soms lijkt het erop.

Wil je advies op AI-vlak? Dan huur je een AI Strategist of AI Evangelist in.
Wil je schaalbare data-oplossingen? Dan zoek je een Data Engineer of Datawarehouse specialist.
Wil je governance? Dan komt er een Data Governance of Data Management Consultant.

De rol wordt specialistischer.

En ondertussen heeft de Data Scientist concurrentie gekregen van een nieuwe generatie: juniors die met ‘vibe coding’ en AI prompting razendsnel antwoorden en hele code-bases genereren, inclusief kwalitatieve code waar we in 2016 nog diep respect voor hadden.

Maar onderschat de ervaren Data Scientist niet.

De die-hard professional heeft AI geïntegreerd in zijn eigen workflow. Die werkt effectiever dan ooit. Iemand met tien jaar ervaring bokst soms meer voor elkaar dan vijf juniors bij elkaar, of de juniors kunnen überhaupt de kwaliteit niet evenaren van deze specialist. Simpelweg omdat hij of zij weet hoe frustrerend het is om alles zelf uit te zoeken, van GIT-commando’s tot verhitte StackOverflow-discussies.

De Data Scientist is dus niet verdwenen.
De rol van Data Scientist is volwassen geworden.

Chatbots & LLM’s: van maatwerk naar commodity

In 2016 wilde iedere organisatie een eigen chatbot. Een eigen slimme zoekmachine. Eigen NLP-modellen, slimme customized klantenservices, image recognition, alles moest zelf gebouwd worden door de 3 Data Scientists zonder sturing. De zoektocht naar het goud was geopend en er werd weinig samengewerkt met andere afdelingen of bedrijven. De belangrijkste discussie van het management was toen: “zetten we de server on premise (in de kelder) of in de cloud”? – Een discussie die trouwens nog steeds relevant is ;).

Vandaag de dag neemt ChatGPT, Mistral.ai, Claude, Deepseek en andere LLM’s al veel van deze toepassingen over. AI-agents zijn niet langer toekomstmuziek, maar doen hun intrede in bedrijfsprocessen.

Waar vroeger innovatie zat in het bouwen van het model, zit het nu in:

  • Integratie in bestaande processen
  • Datakwaliteit
  • Governance
  • Security
  • Strategische toepassingen

De focus verschuift van techniek naar waardecreatie. Weinig organisaties willen echt serieus een eigen ChatGPT ontwikkelen, en waarom zou je ook. Je gaat gewoon naar ChatGPT.com en daar staat de gratis variant op je te wachten die beter is dan welke Chatbot van de afgelopen tien jaar dan ook. Nog wel.. totdat deze achter een paywall of advertentie gezet zal worden.

R vs Python vs ‘vibe coding’

In 2016 woedde een hevige strijd: wordt het R of Python?

Python heeft die strijd overtuigend gewonnen. Dankzij:

  • Een groot ecosysteem aan packages
  • Een relatief steile leercurve
  • Snelle inzetbaarheid in productie

Maar inmiddels staat de volgende verschuiving alweer voor de deur.

Met vibe coding en AI-assisted development zoals Cursor AI kun jij je relatief eenvoudig voordoen als expert in meerdere programmeertalen. Daardoor wordt de taal zelf minder onderscheidend.

Wat wel steeds meer onderscheidend wordt: begrijpen wat je bouwt, waarom je het bouwt en of het schaalbaar, uitlegbaar en onderhoudbaar is. Daar schreef ik eerder ook al een Blog voor.

Van Data Generalist naar Data Specialist

In 2016 kon je jezelf nog profileren als Data Scientist terwijl je eigenlijk meer Data Analist of Software Engineer was. In 2026 kom je daar minder makkelijk mee weg.

De markt vraagt om specialisatie:

  • AI Engineer
  • ML Engineer
  • Data Architect
  • Data Governance Consultant

Wil je experimenteren met data en code? Dat kan nog steeds.
Maar de eisen zijn hoger geworden. De lat ligt hoger.

En dat vind ik een goede ontwikkeling. Minder ruis, meer concrete vraagstukken.

Dataplatformen: van monoliet naar microservices

Rond 2016 waren AWS, Azure en Google Cloud al in opkomst. Daarnaast probeerden traditionele spelers hun eigen dataplatformen te positioneren.

Vandaag zien we:

  • Microservices-architecturen
  • Overlappende tooling
  • AI-integraties in bijna elk platform
  • Discussies als Snowflake vs Databricks
  • Tooling als dbt, Airflow en Apache-ecosystemen
  • Low-code & No-code platformen met AI toepassingen

De complexiteit is toegenomen.
De keuzes zijn groter.
En juist daarom is een heldere data-architectuur en strategie essentieel.

Wat is dan wel hetzelfde gebleven?

SQL.

SQL is niet verdwenen en wordt nog steeds massaal gebruikt. Ik vergelijk SQL graag met Excel. Je kunt alles programmeren en automatiseren, maar het is prettig om zelf je dataset samen te stellen en aan de knoppen te zitten.

Daarnaast is er nog iets onveranderd:

  • Begrijpen hoe een organisatie werkt
  • Weten wie de gebruikers zijn
  • Rekening houden met wet- en regelgeving
  • Communiceren met stakeholders

Soft skills zijn daarbij nog steeds cruciaal. En authenticiteit is waardevoller geworden, we filteren makkelijker irrelevante informatie en AI.

Data Science is en blijft een domein waar ontzettend waardevolle inzichten vandaan komen. Maar zonder organisatiebegrip en veranderkracht blijft het theorie.

De Data Scientist is volwassen geworden

Waar we vroeger speculeerden over ‘the next big thing’ in data, zijn veel use cases inmiddels realiteit geworden.

Bang dat we ons gaan vervelen?
Gelukkig niet.

De AI-markt van 2026 lijkt verdacht veel op de Data Science-markt van 2016: veel belofte, veel hype, veel kansen, wederom een drang naar rekenkracht, computerchips en een groot verschil tussen experimenteren en structureel waarde creëren.

Misschien schrijf ik over tien jaar wel een nieuwe blog:

“Mijn ervaring in 10 jaar AI – en wat jij ervan kunt leren.” ..

Wat jij hiervan kunt meenemen (als kandidaat of opdrachtgever)

Voor kandidaten:

  • Blijf je ontwikkelen.
  • Kies bewust voor verdieping of verbreding.
  • Gebruik AI als versneller, niet als vervanger van fundamentele kennis.
  • Nieuwe tools zijn interessant maar laat je niet afleiden

Voor opdrachtgevers:

  • Data Science is geen magische knop.
  • Investeer in data-infrastructuur en strategie.
  • Denk verder dan tooling, denk in waardecreatie.

Data is geen project. Het is een structurele competentie.

En precies daar help ik organisaties bij: het verbinden van Data Science, Succesvol Machine Learning Modellen ontwikkelen, Data Engineering en AI aan een duurzame data-strategie.

Het liefst nog eens minimaal 10 jaar.